Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
- [E Srl] (in order to avoid any kind of confusion that can cause the refuse the incorporation of a Newco with the same name of [E SpA] ., we suggest to adopte a new name very similar to the original one)
- Capital stock.: € 10.000,00;
- Legal status: s.r.l.
- Sole Shareholder: [D] ;
- Sole Director: [D] ;
WHEREAS
4 meiplaatsgevonden, terwijl [belanghebbende] de “subscription for new shares in [E SpA] ” heeft verricht op
3 mei.
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
BNB2013/137 wordt met artikel 10a, lid 2, van de Wet beoogd tegen te gaan dat de Nederlandse belastinggrondslag wordt uitgehold door middel van rente die is verschuldigd op een geldlening die willekeurig en zonder bedrijfseconomische redenen is aangegaan. Als zodanige rente merkt artikel 10a, lid 2, van de Wet – behoudens de mogelijkheid van tegenbewijs als voorzien in artikel 10a, lid 3, van de Wet – onder meer aan rente ter zake van een geldlening die rechtens dan wel in feite direct of indirect is verschuldigd aan een verbonden lichaam, voor zover die geldlening verband houdt met een kapitaalstorting in een verbonden lichaam. Bezien vanuit een groep van verbonden lichamen wordt dan in wezen eigen vermogen van de groep bij een Nederlands lichaam uit die groep als vreemd vermogen gepresenteerd (vgl.
Kamerstukken II1995/96, 24 696, nr. 3, blz. 17). Aldus strekt artikel 10a, lid 2, van de Wet ertoe gedragingen te verhinderen die erin bestaan volstrekt kunstmatige constructies op te zetten die geen verband houden met de economische realiteit en bedoeld zijn om de belasting te ontwijken die normaliter verschuldigd is over winsten uit activiteiten op het nationale grondgebied.
BNB2007/54, punt 55, en 13 maart 2007, Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation, C-524/04, ECLI:EU:C:2007:161,
V-N2007/15.9, punt 82, gestelde grenzen voor een wettelijke bepaling die de vrijheid van vestiging beperkt. Voorts volgt uit deze arresten niet dat in een geval als het onderhavige de beperking van de renteaftrek slechts ertoe mag leiden dat de door de debiteur verschuldigde belasting wordt verhoogd met het bedrag aan belasting dat de crediteur extra verschuldigd zou zijn wanneer bij hem de rente belast zou zijn naar een tarief dat naar Nederlandse maatstaven als redelijk moet worden aangemerkt. Het Europese evenredigheidsbeginsel verzet zich niet ertegen dat de bestrijding van ontduiking van Nederlandse belasting zich richt op het wegnemen van het volledige effect van de belastingontduiking voor de Nederlandse belastingheffing. Hierin schuilt geen onevenredigheid (vgl. HR 23 januari 2004, nr. 38258, ECLI:NL:HR:2004:AI0739,
BNB2004/142).”
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep met betrekking tot het jaar 2005 gegrond, en
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank met het kenmerk AWB 13/570,
- verklaart het tegen de uitspraak op bezwaar bij de rechtbank ingestelde beroep in die zaak gegrond,
- vernietigt de uitspraak op bezwaar tegen de navorderingsaanslag Vpb 2005,
- vermindert de navorderingsaanslag Vpb 2005 naar een belastbaar bedrag van € 68.653.545,
- vermindert de beschikking heffingsrente voor het jaar 2005 evenredig,
- bepaalt dat de inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht voor de behandeling van beroep bij de rechtbank en het hoger beroep bij het hof van, in totaal, € 803 vergoedt,
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van het bezwaar van € 1.044,
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van het geding bij de rechtbank en het hof van in totaal € 4.725.
- verklaart het hoger beroep met betrekking tot het jaar 2008 ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank met het kenmerk AWB 13/4836.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raadwww.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).