Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
De behandeling van het verzet
De gronden
De proceskosten
De beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raadwww.hogeraad.nl.
www.hogeraad.nl).
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar betaalde het griffierecht van €508 niet binnen de wettelijke termijn. Het hof heeft belanghebbende daarop niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende voerde betalingsonmacht aan, onderbouwd met bankafschriften en resultatenrekeningen waaruit bleek dat zij zelf niet over voldoende middelen beschikte.
Het hof onderzocht vervolgens of de directeur-grootaandeelhouder, tevens enig bestuurder en aandeelhouder, in staat was om het griffierecht te voldoen. Uit de aangifte inkomstenbelasting 2017 en de verklaring van de directeur-grootaandeelhouder bleek dat het gezamenlijke netto-inkomen ruim boven 90% van de bijstandsnorm lag, waardoor hij geacht werd de middelen te kunnen verstrekken.
Het beroep op betalingsonmacht werd daarom afgewezen. Omdat belanghebbende niet tijdig betaalde en niet voldeed aan de voorwaarden om niet in verzuim te zijn, werd het verzet ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens niet-betaling van griffierecht en afgewezen beroep op betalingsonmacht.