ECLI:NL:GHSHE:2020:2454
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Weigering gemachtigde wegens structureel onbetamelijk taalgebruik in bestuursrechtelijke procedure
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 30 juli 2020 besloten om [gemachtigde], [B BV] en [C BV] te weigeren als gemachtigde en bijstandsverlener van belanghebbende. Dit volgt op eerdere tussenuitspraak waarin het hof al had vastgesteld dat het taalgebruik van de gemachtigde structureel in strijd is met betamelijke omgangsvormen.
De gemachtigde heeft ondanks herhaalde waarschuwingen en verzoeken om zijn taalgebruik aan te passen, in processtukken onnodig grievende en beledigende opmerkingen geuit aan het adres van rechterlijke ambtenaren, colleges en de rechtsstaat. Dit gedrag verstoort de goede procesorde en kan nadelige gevolgen hebben voor de belangen van de belanghebbende die hij vertegenwoordigt.
Het hof stelt dat het weigeren van de gemachtigde niet in strijd is met artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, omdat de belanghebbende niet het recht op toegang tot de rechter wordt ontzegd, maar slechts de mogelijkheid om zich door deze specifieke gemachtigde te laten bijstaan. Het hof geeft belanghebbende de gelegenheid om binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen.
De beslissing is genomen op grond van artikel 8:25 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en is een maatregel om de normale gang van zaken in rechterlijke procedures te waarborgen. Tegen deze tussenuitspraak is geen afzonderlijk rechtsmiddel mogelijk, behalve gelijktijdig met het beroep in cassatie tegen de einduitspraak.
Uitkomst: Het hof weigert gemachtigde en diens vennootschappen als bijstandsverlener wegens structureel onbetamelijk taalgebruik en stelt belanghebbende in de gelegenheid een andere gemachtigde aan te wijzen.