Uitspraak
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 januari 2012 te Tilburg en/of Rijen, gemeente Gilze-Rijen, en/of 's-Hertogenbosch en/of Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans een ander, in de uitoefening van een beroep of bedrijf (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad in meerdere panden in Nederland grote aantallen hennepplanten en/of delen daarvan en/of grote hoeveelheden hennep, te weten (onder andere):
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2011 tot en met 24 januari 2012 te Tilburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans een ander, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en), in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram, van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, danwel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; ( zaaksdossiers Jaguar en Adder )
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 januari 2012 te Waalwijk en/of Tilburg en/of Drunen en/of elders in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen, waartoe onder meer behoorden [medeverdachte 1] (geb. [geboortedatum 1] ) en/of [medeverdachte 2] (geb. [geboortedatum 2] ) en/of [medeverdachte 3] (geb. [geboortedatum 3] ) en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of een of meer andere personen, welke organisatie het oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet, namelijk het (in de uitoefening van een beroep of bedrijf) opzettelijk
A.
- de aard en ernst van de verdenking, namelijk grootschalige hennepteelt, witwassen en deelname aan een criminele organisatie (proportionaliteit);
- de periode van uitleveringsdetentie is uit haar aard niet zo lang (proportionaliteit);
- de mogelijkheden om de verdachte op een andere wijze aan te houden (subsidiariteit).
- Op 13 januari 2010 was in het autobedrijf van [medeverdachte 16] te Tilburg ongeveer 78 kilo hennep aangetroffen, waarvoor [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] waren aangehouden en als verdachten aangemerkt;
- [medeverdachte 8] is eigenaar van een pand aan de [adres 7] , waar op 24 juni 2010 een hennepkwekerij was aangetroffen;
- [verdachte] is eigenaar van het pand aan de [adres 1] . In januari 2011 was in dit pand eveneens een hennepkwekerij aangetroffen, waarvoor [verdachte] als verdachte was aangemerkt.
hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 januari 2012 te Tilburg en 's-Hertogenbosch en Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans een ander, in de uitoefening van een beroep of bedrijf (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bewerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad hennepplanten en/of delen daarvan en/of grote hoeveelheden hennep, te weten:
zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
hij op tijdstippen in de periode 1 april 2011 tot en met 24 januari 2012 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans een ander, telkens opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 januari 2012 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen, waartoe onder meer behoorden [medeverdachte 1] (geb. [geboortedatum 1] ) en [medeverdachte 2] (geb. [geboortedatum 2] ) en [medeverdachte 3] (geb. [geboortedatum 3] ) en [medeverdachte 4] ,
welke organisatie het oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet, namelijk het (in de uitoefening van een beroep of bedrijf) opzettelijk
A.
1.Telefoonnummers in gebruik bij verdachten
het hof begrijpt: [medeverdachte 9]) [medeverdachte 9] , die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] , en zegt dat hij een Blackberry heeft gekocht en deze probeert te installeren. [29] Diezelfde middag zijn er nog twee gesprekken tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] , waarbij [verdachte] gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 4 ] . [30] Dit nummer wordt ook gebruikt in het zaaksdossier Buizerd . Op 12 juli 2011 omstreeks 21.34 uur belt [verdachte] met dit nummer naar [medeverdachte 17] (
het hof begrijpt hierna telkens: [medeverdachte 17]) en zegt dat hij langskomt en [medeverdachte 17] het adres even moet sms’en naar dit nummer. [31] Twee minuten later sms’t [medeverdachte 17] : ‘ [adres 2] ’. [32] Op 25 juli 2011 belt [verdachte] met [medeverdachte 17] en zegt dat hij woensdag rond 10.00 uur komt. [33] Op woensdag 27 juli 2011 wordt [verdachte] om 10.13 uur gezien bij het pand aan [adres 2] te ’s-Hertogenbosch. [34]
het hof begrijpt: [medeverdachte 4]) [medeverdachte 4] kent als [medeverdachte 4] , een Bulgaarse jongen, die hij een paar keer met [verdachte] heeft gezien. [52]
2.Ter zake van feit 1: hennepkwekerijen
het hof begrijpt: [broer verdachte]) en dat hij eigenaar was van de hennepkwekerij/-knipperij. Op de dag van aanhouding waren er werksters in huis om in de woning hennep te snijden. Hij was samen met de vrouwen boven aan het knippen. Hij heeft ook instructies gegeven hoe de vrouwen moesten knippen. Verder verklaarde hij dat ze hem kennen als [medeverdachte 11] . [105] [medeverdachte 32] en [medeverdachte 33] hebben bevestigd dat [medeverdachte 11] hen aanstuurde bij de kwekerij [106] en [medeverdachte 15] heeft verklaard dat hij de leiding had. [107]
het hof begrijpt: mocht lenen), als hij deze nodig had. [109]
het hof begrijpt: doen). [verdachte] zegt dat het gevaarlijk is. [140]
het hof begrijpt: [medeverdachte 9]) , die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] . [verdachte] zegt: “kan jij even op internet kijken, mijn grote locatie/plaats is gevlogen. Ze zijn gisteravond naar binnen gegaan. De ooms zijn gisteravond rond half zeven naar binnen gegaan. Ik ben benieuwd waardoor zij daar naar binnen zijn gegaan”. [medeverdachte 9] zegt dat hij daar nog niet naar de zaak is gegaan en vraagt of het in Tilburg was. “Nee, in Beneden- Leeuw ”, zegt [verdachte] . [157]
- een mailwisseling met een makelaars- en assurantiekantoor “ [makelaarskantoor] ” met betrekking tot het bedrijfspand aan de [adres 4] ;
- een huurovereenkomst tussen de verhuurder [verhuurder] en [medeverdachte 36] aangaande het bedrijfspand, gevestigd op de [adres 4] , ingaande 1 maart 2011;
- een inspectierapport/proces-verbaal van oplevering van de bedrijfsruimte aan de [adres 4] .
het hof begrijpt, gelet op het tijdstip van zijn aankomst: 21.05 uur) stapt hij weer in zijn Mercedes-Benz en rijdt weg. [177]
het hof begrijpt: 2011) om 22.40 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 2] . [verdachte] zegt: “die flikker [medeverdachte 18] , die maakt een fout bij het betalen van de salarissen/maandelijkse vergoedingen”. [medeverdachte 2] vraagt wat hij daarmee bedoelt. [verdachte] zegt dat er een tekort is van 100 lira bij de hypotheek en hij geen problemen wil hebben. [verdachte] zegt: “wat zij betalen is iets van 400 lira, weer enkele maanden achterstand, zij hebben op 2 mei 653 euro, 25 mei 650 euro en 30 mei nog eens”. [medeverdachte 2] zegt dat het wel in orde lijkt. [verdachte] zegt: “hij zou nog een achterstand hebben van 1800 lira. Dat moeten wij bespreken. Op 1 juni had 375 lira betaald worden, maar is niet betaald”. [medeverdachte 2] vraagt waarvoor deze bedragen betaald worden. [verdachte] zegt dat het voor de hypotheek is. [verdachte] zegt: “zij hebben geprobeerd de achterstand weg te werken. Er zou een achterstand van 2546 lira zijn en er zou nu een achterstand zijn van 1888 lira”. [verdachte] zegt dat zij dit moeten bespreken. “Dat is goed”, zegt [medeverdachte 2] . [182]
het hof begrijpt: woning van) [verdachte] aan de [adres 12] werd een schrijven van de ABN Amro aangetroffen, betreffende een betalingsachterstand hypothecaire lening van € 1888,21. De brief was gedateerd op 1 juni 2011 en gericht aan de heer en mevrouw [medeverdachte 18] , [adres 5] . [183]
het hof begrijpt, gelet op het hiernavolgende: iets) voor mij regelen. Hij wist niet hoeveel dit zou zijn. De huur van het pand werd door [verdachte] betaald. Voorts heeft hij verklaard dat hij werkt als taxichauffeur. [193]
3.Ter zake van feit 2: hennephandel
het hof begrijpt: genomen)”. “Oké, is goed”, zegt [medeverdachte 3] . [217]
het hof begrijpt: ophalen)”, zegt [medeverdachte 2] . “Wij zijn over 3 minuten daar”, zegt [medeverdachte 21] . [249] Omstreeks 18.12 uur belt [medeverdachte 2] kwaad terug naar [medeverdachte 21] en zegt: “ [medeverdachte 21] ik kom 1200 papier tekort, je hebt 63.700 papieren gegeven”. “Zij gaven mij steeds in 10, 10, 10, ik gaf deze aan jou, er was ook niets te kort aan die van gisteren en ook niet van vandaag, tel die nog een keer”, zegt [medeverdachte 21] . “Hier heb je 63.700 lira aan geld, je zou 64.900 lira aan geld achterlaten”, zegt [medeverdachte 2] . “Ok, tel die allemaal nog een keer en bel mij terug ouwe”, zegt [medeverdachte 21] . “Ok, wij tellen die nog een keer”, zegt [medeverdachte 2] . [250] Omstreeks 18.14 uur wordt [medeverdachte 2] gebeld door [medeverdachte 21] . [medeverdachte 21] zegt dat hij hen gebeld heeft maar dat zij zeggen dat [medeverdachte 2] nog eens moet kijken. [medeverdachte 2] zegt dat zij deze 1 voor 1 aan het tellen is. “Ik had die 300 aan jou geschonken ouwe, maar nu kom ik 900 aan geld te kort ouwe”, zegt [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] zegt dat hij deze nog een keer gaat tellen. [251] Omstreeks 18.21 uur belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 21] en zegt: “ [medeverdachte 21] je hebt gelijk, het zat er gewoon in, neem mij niet kwalijk”. [medeverdachte 21] zegt dat hij het extra aan hem mag retourneren en dat die mensen normaal gesproken geen fouten zouden maken. [252]
het hof begrijpt, gelet op het hiernavolgende: [medeverdachte 31]) straks bij hem komt. [261] Omstreeks 11.23 uur wordt [verdachte] gebeld door de man die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 31] . In het telefoongesprek geeft de man aan dat hij er over 10 of 15 minuten is. [verdachte] peilt dan uit op de [adres 8] (
het hof begrijpt: te Tilburg) . [262]
het hof begrijpt: kan brengen). [verdachte] geeft aan dat [medeverdachte 31] hem moet geloven en dat het een goede prijs is. [verdachte] geeft aan dat dat steeds achteruit gaat en dat [medeverdachte 31] sowieso moet vragen. De man geeft aan dat het goed is en vraagt “8 4”. [verdachte] begint te lachen en zegt: “4 8, was het maar waar 8 4”. De man lacht ook en zegt dat hij het laat horen, waarop [verdachte] zegt dat dit goed is. [267] Omstreeks 12.47 uur wordt [verdachte] gebeld door [medeverdachte 31] . In het telefoongesprek geeft [verdachte] aan dat de prijzen nog meer omlaag gaan. [medeverdachte 31] geeft aan dat de prijzen tegenwoordig niet meer omlaag gaan. [verdachte] geeft aan dat de man het maar goed uit moet zoeken en dat hij ook ergens anders twee kan regelen, “maar weet je wat nog mooiere voor 47”. [medeverdachte 31] geeft aan dat hij dacht dat het nog best wel een maandje of anderhalf kan wachten. [medeverdachte 31] zegt dat het voor hem geen probleem is, maar de prijs. [medeverdachte 31] zegt dat het goed is en dat hij [verdachte] om vier uur ziet. [verdachte] geeft aan dat het goed is en vraagt hoeveel [medeverdachte 31] gaat doen. [medeverdachte 31] geeft aan dat [verdachte] toch twee zei, waarop [verdachte] bevestigt dat twee goed is. [268] Omstreeks 15.54 uur belt [verdachte] met [medeverdachte 31] . In het telefoongesprek vraagt [verdachte] of [medeverdachte 31] nog komt. [medeverdachte 31] geeft aan dat hij onderweg is en dat hij over 10 of 15 minuten daar is. [verdachte] geeft aan: “bij die garage he”. [269]
4.Ter zake van feit 3: als leider deelnemen aan een criminele organisatie
5.Ter zake van feit 4A: medeplegen van witwassen
- Het gaat om (zeer) grote bedragen aan contant geld.
- Dit betreft (met uitzondering van lening 6) leningen uit het buitenland door niet-financiële instellingen en particulieren.
- Lening 6 is een lening door een particulier van een groot bedrag.
- Het betreft (met uitzondering van lening 6) leningen uit Turkije in euro’s in plaats van Turkse lira’s.
- De leningen 1 tot en met 3 zijn volgens de leenovereenkomsten afgesloten door privépersonen (dus als leningnemer), maar wel opgenomen in de administratie van [medeverdachte 16] .
- De leenovereenkomsten zien op grote bedragen, maar zijn uiterst summier qua inhoud. Zo ontbreken elementen die gebruikelijk zijn bij dergelijke grote leningen, zoals een zekerheidstelling, voorwaarden voor opeisbaarheid, een aflossingsschema, een looptijd en een passage over andere kredieten en inzicht in de financiële positie van de leningnemer.
€ 82.278,85 en op 4 december 2010 € 957,80. [294]
6.Ter zake van feit 4B: witwassen
€ 30.000 heeft geleend, maar hij heeft verklaard dat [verdachte] geld nodig had in verband met schulden voor het huis dat hij in Eregli had gekocht. Hij heeft ook verklaard dat ze een overeenkomst hebben opgesteld in de zaak van [neef verdachte] en dat ze de overeenkomst daar hebben ondertekend. Zijn medewerker [getuige 1] zou, als getuige, de overeenkomst ook hebben ondertekend. [neef verdachte] heeft stellig ontkend dat hij geld op de rekening van [verdachte] heeft overgemaakt en hij heeft gesteld dat hij (contant) geld aan [verdachte] heeft gegeven. [neef verdachte] heeft verklaard dat hij geen enkele vorm van rente heeft bedongen van [verdachte] . [317]
7.Afsluiting
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen genoemd onder de nummers 1 en 2 op de aan dit arrest gehechte beslaglijst.
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen genoemd onder de nummers 11 tot en met 14 op de aan dit arrest gehechte beslaglijst.