Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verstekarrest van 16 oktober 2018
2.Het geding in verzet
- het arrest van het hof van 16 oktober 2018 en de daarin vermelde processtukken, waaronder de memorie van grieven van [gedaagde in verzet] ;
- de verzetdagvaarding van 4 december 2018, tevens houdende (een voorlopige) memorie van antwoord;
- de rolbeslissing van de rolraadsheer van het hof van 19 februari 2019 inhoudende het bevel aan [gedaagde in verzet] om binnen drie dagen na de datum van de beslissing de memorie van grieven aan NBD te doen toekomen;
- de (nadere) memorie van antwoord van NBD.
3.De beoordeling
) dat bij wijze van verweer verrekend moet worden met de eventuele vordering van NBD, verwerpt de rechtbank deze ingenomen stelling nu de gegrondheid van dit verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen (art. 6:136 BW Pro).”
De door NBD geschetste handelwijze is niet te duiden als druk op de deskundige die ongeoorloofd is. De deskundige heeft de bij de opdrachtverstrekking gegeven termijn waarbinnen zij diende te rapporteren aanmerkelijk overschreden. Het is dan begrijpelijk en niet ongebruikelijk dat een partij zich tot de rechter wendt met het verzoek de deskundige, kort gezegd, aan te sporen. [gedaagde in verzet] betoogt dat de deskundige als gevolg hiervan onzorgvuldig te werk is gegaan, in die zin dat zij de zienswijzen van [gedaagde in verzet] niet heeft beoordeeld alvorens haar definitieve rapport op te stellen. Die stelling is ondeugdelijk. De deskundige heeft op 15 maart 2016 haar gemotiveerde reactie gegeven naar aanleiding van de zienswijzen van [gedaagde in verzet] (bijlage 31 bij het deskundigenbericht). De deskundige heeft als conclusie na de zienswijze van [gedaagde in verzet] vermeld dat zij de conclusies bij de vragen van de rechtbank, zoals weergegeven in de concept rapportage, handhaaft, dat zij enkele tekstuele aanpassingen heeft verricht en dat zij enkele bijlagen heeft toegevoegd. Het beginsel van hoor en wederhoor is daarmee op deugdelijke wijze door de deskundige in acht genomen. De (ongenummerde) grief faalt.
De slotsom is dat de rechtbank haar beslissing niet verder hoefde te motiveren dan zij heeft gedaan. [gedaagde in verzet] heeft de bevindingen en conclusies van de deskundige onvoldoende gemotiveerd betwist. In de gehele toelichting bij deze grief ziet het hof geen aanknopingspunten voor het oordeel dat [gedaagde in verzet] de overwegingen en de beslissing van de rechtbank over de hoogte van de door [gedaagde in verzet] aan NBD te betalen schadevergoeding op enig onderdeel op goede gronden bestrijdt. Grief 4 faalt.