ECLI:NL:HR:2010:BM2332
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor onbehoorlijke taakvervulling ondanks verleende decharge
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin de curator van failliete vennootschap [A] de bestuurder [eiser] aansprakelijk stelde voor onbehoorlijke taakvervulling op grond van artikel 2:9 BW Pro. [Eiser] had onttrekkingen gedaan en spookfacturen betaald die niet met de vennootschap waren verrekend. Hoewel de algemene vergadering van aandeelhouders, gevormd door BMA waarvan [eiser] enig bestuurder en aandeelhouder was, de jaarrekening had vastgesteld en decharge had verleend, oordeelde het hof dat deze decharge zich niet uitstrekte tot de frauduleuze posten die niet uit de jaarrekening of verslaglegging bleken.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het verweer van [eiser] dat de decharge ook zou gelden voor hetgeen hij als enig aandeelhouder wist of moest weten. De Hoge Raad benadrukte de maatstaf uit het arrest Staleman/vd Ven (HR 10 januari 1997, NJ 1997, 360) dat de decharge niet kan strekken tot informatie die niet aan de algemene vergadering bekend was bij het verlenen daarvan. De fraude en manipulatie van de boeken vielen hier niet onder, zodat [eiser] aansprakelijk bleef voor de onttrekkingen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van [eiser] en veroordeelde hem in de proceskosten. Het incidentele cassatieberoep van de curator behoefde geen behandeling. Dit arrest bevestigt de reikwijdte van decharge en de aansprakelijkheid van bestuurders bij fraude en onbehoorlijke taakvervulling ondanks formele goedkeuring van de jaarrekening.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de verleende decharge zich niet uitstrekt tot frauduleuze onttrekkingen, waardoor de bestuurder aansprakelijk blijft.