Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting en bijdrage zorgverzekeringswet over 2012, waarin een bedrag van €14.264 aan resultaat uit overige werkzaamheden (ROW) was opgenomen vanwege verkoop van antiek uit een klooster. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en weigerde ambtshalve vermindering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het hof oordeelde dat de bewijslast voor ambtshalve vermindering bij belanghebbende ligt en dat niet aannemelijk is geworden dat de aanslagen te hoog zijn vastgesteld. De verkoop van de antieke stukken, verkregen via de vader van belanghebbende bij ontruiming van het klooster, is belast als ROW omdat de omvang en aard van de verkoopactiviteiten wijzen op een oogmerk tot winst.
Het hof verwierp het verweer dat sprake zou zijn van een schenking die ROW uitsluit. De conclusie is dat het hoger beroep ongegrond is en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen reden voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden bevestigd.