ECLI:NL:GHSHE:2019:1020
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag voor in het buitenland opgekomen inkomsten uit verkoop nertsenvellen
Belanghebbende exploiteerde een nertsenfokkerij en heeft in 2008 inkomsten uit de verkoop van nertsenvellen op een beurs in het buitenland behaald. De koopprijs werd rechtstreeks op zijn Luxemburgse bankrekening gestort. Na een inkeerregeling stelde de Inspecteur een navorderingsaanslag vast wegens niet opgegeven inkomsten.
Belanghebbende betwistte de toepassing van de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, vierde lid, AWR, omdat hij meende dat de inkomsten niet als in het buitenland opgekomen konden worden beschouwd. Het Hof volgde echter de jurisprudentie van de Hoge Raad, die stelt dat bij dergelijke buitenlandse inkomsten de verlengde navorderingstermijn van toepassing is.
Het Hof oordeelde dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd, dat de boete passend is verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, en dat de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in stand blijft. Tevens werd geen reden gezien voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de navorderingsaanslag en de boete wegens verzwegen buitenlandse inkomsten.