Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/314505 / KG ZA 16-657)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep van 14 februari 2017 met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep van 28 februari 2017;
- het pleidooi op 18 mei 2017, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij brief van 11 mei 2017 door de advocaat van Rotate toegezonden producties (G-34 en G-35), die Rotate bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
Beste [roepnaam van appellant] ,
De uitgenodigde potentiële partners maken wij deelgenoot van onze visie, methodiek en ecosysteem voor sales professionals (verkopers) en de onmiskenbare rol die zij zelf zullen moeten blijven spelen. Met ons online-leerplatform voor alle ‘sales’ gerelateerde functies krijgt elke deelnemer toegang tot ‘serious gaming’, battles, ranking, peer to peer feedback, vlogs, blogs, micro-learning, webinars, het [B.V. i.o.] paspoort en daarmee de meest effectieve en meetbare verbetering van alle verkoopcompetenties.”
6.2. Het bepaalde in artikel 6 lid Pro 1, 3, 4 en 5(hof: van de managementovereenkomst)
ziet op de eerste tien jaar na de beëindiging van de overeenkomst en komt er – kort gezegd – op neer dat [appellant] en [Groep] Groep na beëindiging van de onderhavige managementovereenkomst gedurende tien jaar geen activiteiten mogen verrichten of ondernemingen mogen opstarten die vergelijkbaar zijn met de activiteiten en de onderneming van Rotate. Voorts mogen zij in een dergelijke onderneming niet financieel deelnemen of werkzaam zijn.”
6.6. (…) In het licht van de (ook in conventie) genoemde omstandigheden geeft dit e-mailbericht aan dat [appellant] weinig gevoel heeft voor verhoudingen. Gezien de (vertrouwens)breuk met Rotate had het op de weg van [appellant] gelegen om zich rustig te houden en ieder geval niet actief werknemers en franchisenemers van Rotate te benaderen. Het hiervoor geciteerde e-mailbericht kan dan ook niet anders worden opgevat dan als een schending van (het doel en de strekking van) het non-concurrentiebeding.”
7.4 (…) nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van het bepaalde in artikel 6 lid 2 tot Pro en met 5 van de managementovereenkomst van 9 april 2004 en verbiedt hen aldus zowel direct als indirect met Rotate in concurrentie te treden (…)
vormwaarin [B.V. i.o.] deze vergelijkbare activiteiten ontplooit, maar nemen de vergelijkbare kern er van niet weg. Het doel en de strekking van het in het vonnis van 6 januari 2011 gegeven verbod was nu juist [appellant] er van te weerhouden om gedurende tien jaar na de beëindiging van de managenentovereenkomst activiteiten te ontplooien die vergelijkbaar waren met die van Rotate. Naar het oordeel van het hof zijn het tevens activiteiten waarvan in ernst niet kan worden betwijfeld dat zij onder het in genoemd vonnis gegeven verbod vallen.
zo’n lange termijn” (hof: tien jaar) wordt gehouden aan “
zo’n verstrekkend” concurrentiebeding. Verder is het volgens [appellant] gezien zijn opgedane ervaring en expertise in de branche en zijn beperkte mogelijkheden daarbuiten, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om hem aan dit verbod te houden, aldus [appellant] . Ook zou de tenuitvoerlegging van de dwangsommen [appellant] in een dermate penibele financiële situatie brengen dat het in alle redelijkheid niet te rechtvaardigen is dat Rotate overgaat tot tenuitvoerlegging, aldus [appellant] .