Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
.
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
’s-Gravenhage. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende heeft op 31 juli 2012 een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie (GBA) aangevraagd, waarvoor de Heffingsambtenaar een legesnota van €4,85 heeft opgelegd. Belanghebbende betwistte deze heffing en stelde dat de dienst niet rechtstreeks een individualiseerbaar belang dient en dat de kosten hoger zijn dan de kostprijs.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het gerechtshof. Tijdens de zitting verscheen alleen de vertegenwoordiger van de Heffingsambtenaar; belanghebbende was niet aanwezig. Het hof onderzocht of de verstrekking van het uittreksel een dienst is die in overheersende mate een individualiseerbaar belang dient en of de leges hoger zijn dan de kostprijs.
Het hof oordeelde dat het verstrekken van het uittreksel inderdaad een dienst is die rechtstreeks en in overheersende mate een individualiseerbaar belang dient, vergelijkbaar met het aanvragen van een rijbewijs. Daarnaast achtte het hof aannemelijk dat de geheven leges niet hoger zijn dan de kostprijs. De stelling van belanghebbende dat de heffing onredelijk zou zijn, werd verworpen omdat daarvoor geen feiten of omstandigheden waren gesteld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Ook werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen. De uitspraak werd gedaan door het hof te ’s-Hertogenbosch op 20 mei 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de legesnota van €4,85 is terecht opgelegd.