ECLI:NL:GHSHE:2015:5170

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
17 november 2015
Publicatiedatum
8 december 2015
Zaaknummer
HD 200.113.730_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
10 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing over tussentijds cassatieberoep in civiele letselschadezaak

In deze civiele procedure gaat het om een hoger beroep van Amlin Europe tegen geïntimeerde inzake een letselschadezaak. Het hof verwees de zaak eerder naar de rol voor aanvullende stukken, waaronder de patiëntenkaart van 1998 tot 3 februari 2000.

Geïntimeerde verzocht het hof om het arrest van 12 augustus 2014 vatbaar te maken voor tussentijds cassatieberoep, hetgeen door Amlin werd bestreden. Na beraad heeft het hof besloten dat tussentijds cassatieberoep tegen het genoemde arrest mogelijk is.

Het arrest van 17 november 2015 bevestigt dat het hof het doelmatig acht cassatieberoep toe te staan om onduidelijkheid te voorkomen. De uitspraak werd gedaan door de rolraadsheer namens het hof en is van belang voor de verdere procedure in deze langdurige letselschadezaak.

Uitkomst: Het hof staat tussentijds cassatieberoep toe tegen het arrest van 12 augustus 2014.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.113.730/01
arrest van 17 november 2015
in de zaak van
Amlin Corporate Insurance N.V., thans geheten Amlin Europe,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. Chr.H. van Dijk te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven te 's-Hertogenbosch,
als aanvulling op het door het hof in hoger beroep gewezen arrest van 12 augustus 2014, op het hoger beroep van het door de rechtbank Breda gewezen vonnissen van 22 februari 2006, 28 juni 2006, 27 mei 2009, 29 juli 2009, 21 oktober 2009 en 4 april 2012.

6.Het arrest van 12 augustus 2014

Bij genoemd arrest heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van Amlin en akte aan de zijde van [geïntimeerde] , waarbij [geïntimeerde] de patiëntenkaart van 1998 tot 3 februari 2000 diende over te leggen. Ieder verdere beslissing is aangehouden.

7.Het verzoek

Bij akte van 23 september 2014 van [geïntimeerde] heeft zij het hof onder meer verzocht de uitspraak van 12 augustus 2014 alsnog vatbaar te maken voor tussentijdse cassatie.
Bij antwoordakte van 7 oktober 2014 heeft Amlin zich tegen dit verzoek verzet.

8.De beoordeling van het verzoek

Het hof heeft zich beraden op het verzoek en heeft bij brief van 6 november 2014 aan de advocaten van partijen namens de behandelend kamer bericht dat tussentijds cassatieberoep van voormeld arrest ingesteld kan worden.
Enkel om onduidelijkheid te voorkomen herhaalt het hof in dit arrest dat het hof het doelmatig acht cassatieberoep open te stellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van 12 augustus 2014.

9.De beslissing

Het hof:
bepaalt dat tegen het arrest van 12 augustus 2014 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mrs. Chr.M. Aarts, P.M.A. de Groot-van Dijken en C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 november 2015.
griffier rolraadsheer