ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ9035
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.C. van der Vegt
- J. Swinkels
- P.A.G.M. Cools
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over het moment van resultaatneming bij borgtocht en negatief resultaat uit overige werkzaamheden
Belanghebbende, enig aandeelhouder en borg voor de vennootschap, werd door de bank aangesproken voor € 100.000 na het faillissement van de vennootschap in 2007. Het geschil betrof of het negatieve resultaat uit overige werkzaamheden in verband met de borgtocht al vanaf het moment van het aangaan van de borgtocht mag worden meegenomen.
De inspecteur stelde dat dit pas mogelijk is vanaf het moment dat de borg door de schuldeiser wordt aangesproken, terwijl belanghebbende betoogde dat dit al bij het aangaan van de borgtocht het geval is. Het hof volgde belanghebbende en oordeelde dat de regresvordering civielrechtelijk ontstaat bij het aangaan van de borgtocht, als een bestaande vordering onder opschortende voorwaarde.
Het hof verwees naar de wetsgeschiedenis en jurisprudentie, die deze uitleg ondersteunen en wees de inspecteur's standpunt af. Het hof stelde vast dat belanghebbende een negatief resultaat van € 25.000 mocht opnemen en stelde het belastbaar inkomen op nihil. Tevens werden griffierechten en proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep gegrond en stelt het negatieve resultaat uit overige werkzaamheden van € 25.000 in verband met de borgtocht voor 2007 vast.