ECLI:NL:GHSHE:2010:BO8043
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Vriezen
- Van der Flier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verjaring vordering schadevergoeding na executoriaal beslag en faillissement
In deze civiele procedure staat de vraag centraal of de vordering van [X.] tot schadevergoeding wegens onrechtmatig executoriaal beslag op zijn landgoed en de daarop volgende faillissementsaanvraag door de maatschap verjaard is. [X.] stelt dat de verjaring pas begon te lopen na het arrest van de Hoge Raad van 11 juli 2003, waarin werd erkend dat zijn toenmalige echtgenote [A.] derdenverzet kon instellen tegen het vonnis dat tot het beslag leidde.
De rechtbank Breda oordeelde dat de verjaringstermijn van vijf jaar begon te lopen op het moment dat [X.] bekend was met de schade en de aansprakelijke partij, uiterlijk bij opheffing van het faillissement in 1999. Het hof onderschrijft dit oordeel en wijst het standpunt van [X.] af dat de juridische beoordeling van de situatie pas in 2003 duidelijk werd en daarmee de verjaringstermijn later zou zijn gestart.
Het hof benadrukt dat voor het aanvangsmoment van de verjaring niet vereist is dat de benadeelde ook bekend is met de juridische kwalificatie van de feiten, maar slechts met de feiten en de aansprakelijke persoon. De eerdere kort geding uitspraken stonden het instellen van de vordering binnen de verjaringstermijn niet in de weg. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat de vordering van [X.] is verjaard.