ECLI:NL:GHSHE:2010:BO8048
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Vriezen
- Van der Flier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling derdenverzet tegen vonnis inzake borgstelling en executie na faillissement
De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Breda waarin appellanten derdenverzet instelden tegen een vonnis van 6 november 1990, waarbij zij hoofdelijk waren veroordeeld tot betaling van een bedrag wegens borgstelling. De rechtbank had hen niet-ontvankelijk verklaard omdat niet alle oorspronkelijke partijen waren gedagvaard en omdat de maatschap die was gedagvaard niet meer bestond.
Het hof oordeelt dat het derdenverzet terecht is ingesteld tegen de maten van de maatschap, ondanks dat de maatschap was ontbonden, omdat de maten als oorspronkelijke procespartijen betrokken moeten worden. Echter is appellanten zelf niet ontvankelijk in het derdenverzet omdat zij partij waren bij het oorspronkelijke vonnis. Daarnaast is het derdenverzet namens [A.] afgewezen wegens gebrek aan belang, nu de huwelijksgoederengemeenschap was ontbonden en geen executie meer tegen haar mogelijk was.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank onder verbetering dat appellanten niet ontvankelijk zijn in het derdenverzet voor zover zij dit zelf of namens [A.] hebben ingesteld. Tevens worden zij veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard in hun derdenverzet.