ECLI:NL:GHSHE:2004:AQ4606
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid van adoptiekosten en verteerkosten bij adoptie uit China
Belanghebbende en zijn echtgenote adopteerden in 2000 een kind uit China, waarbij zij $3.000 betaalden aan het kindertehuis als verplichte adoptiekost en daarnaast aanzienlijke verteerkosten opvoerden. De Inspecteur weigerde de aftrek van het bedrag van $3.000 en beperkte de aftrek van de verteerkosten.
Het hof stelde vast dat de betaling van $3.000 een door de Chinese overheid vastgesteld bedrag is dat noodzakelijk was om de adoptieprocedure in China te voltooien. Dit bedrag komt niet ten goede aan het kindertehuis maar geldt als een soort leges. Het hof oordeelde dat deze kosten wel aftrekbaar zijn als buitengewone lasten omdat zij verband houden met de adoptieprocedure volgens het recht van het land van herkomst.
Ten aanzien van de verteerkosten oordeelde het hof dat alleen die kosten aftrekbaar zijn die door de adoptie zijn opgeroepen en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de volledige opgevoerde kosten en het consumptiepatroon van het kind redelijk waren. Daarom werd slechts een deel van de verteerkosten in aftrek toegelaten.
Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak, en stelde de aanslag vast op een belastbaar inkomen van fl. 41.943,= na aftrek van de $3.000. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het hof acht de betaling van $3.000 aan het kindertehuis aftrekbaar als buitengewone last en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van fl. 41.943,=.