ECLI:NL:PHR:2012:BQ7341
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing landbouwforfait bij PVV-heffing en CBS-premie
Belanghebbende exploiteert een slachterij en kocht in november 2004 32 varkens van een veehouder die gebruik maakt van de landbouwregeling. De kern van het geschil is of de PVV-heffing en de CBS-premie, die door de slachterij worden betaald, onderdeel uitmaken van het in rekening gebrachte bedrag waarover het landbouwforfait wordt berekend.
De Rechtbank oordeelde dat deze heffing en premie wel tot de vergoeding behoren, maar het Hof verklaarde het hoger beroep van de Inspecteur gegrond en oordeelde dat deze bedragen niet tot het in rekening gebrachte bedrag behoren. Belanghebbende stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De Advocaat-Generaal concludeert dat de PVV-heffing en CBS-premie niet ter zake van de levering van de varkens zijn verschuldigd, maar aan de slachterij zelf. Deze kosten zijn geen kosten van de leverancier en vormen geen doorlopende posten. Daarom behoren zij niet tot het in rekening gebrachte bedrag voor het landbouwforfait. De conclusie is dat het netto bedrag dat daadwerkelijk aan de veehouder wordt betaald, het juiste uitgangspunt is voor het landbouwforfait.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat PVV-heffing en CBS-premie niet tot het in rekening gebrachte bedrag voor het landbouwforfait behoren.