ECLI:NL:HR:2001:AB0424
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek adoptiekosten als buitengewone last
Belanghebbende had in 1996 kosten gemaakt voor de adoptie van een kind uit Taiwan, waaronder medische kosten en kosten van een kindertehuis. De Inspecteur weigerde deze kosten als aftrekbare buitengewone lasten te erkennen. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd dit standpunt bevestigd.
De Hoge Raad oordeelt dat de uitgaven niet onder de limitatieve opsomming van artikel 13, lid 1, van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 1990 vallen. Ook het argument dat deze kosten noodzakelijk waren voor het adoptieverzoek faalt, omdat zij niet als uitgaven verband houdende met de indiening en behandeling van het adoptieverzoek kunnen worden aangemerkt.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de kosten niet als buitengewone last wegens ziekte of bevalling kunnen worden beschouwd, omdat de biologische moeder niet tot de in artikel 46, lid 1, letter b, van de Wet genoemde kring van verwanten behoort en het kind voorafgaand aan de adoptie niet als eigen of pleegkind kan worden aangemerkt.
De overige klachten worden verworpen zonder nadere motivering. De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de adoptiekosten niet als buitengewone last aftrekbaar zijn.