ECLI:NL:GHSGR:2011:BT6971
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.J.J. Engel
- Th. Groeneveld
- B. van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake genot liquidatie-uitkering en woonplaats voor inkomstenbelasting
Het geschil betreft de vraag in welk jaar belanghebbende een liquidatie-uitkering van zijn BV heeft genoten en of hij in dat jaar inwoner was van Nederland of België voor de inkomstenbelasting. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op voor 1996 en 1997, waarbij hij uitging van een buitenlands belastingplichtige woonachtig in België. De rechtbank oordeelde dat de winstuitdeling in 1996 had plaatsgevonden, dat er geen nieuw feit was en dat belanghebbende niet te kwader trouw was, waardoor de navorderingsaanslag 1996 werd vernietigd en de aanslag 1997 werd verminderd.
In hoger beroep bevestigde het Hof het oordeel van de rechtbank dat de liquidatie-uitkering in 1996 is genoten. Het Hof stelde vast dat belanghebbende gedurende 1996 Nederland niet metterwoon had verlaten en dat hij als binnenlands belastingplichtige in Nederland kan worden belast over de liquidatie-uitkering. De Inspecteur beschikte over een nieuw feit voor de navordering 1997, waardoor het hoger beroep van de Inspecteur deels gegrond werd verklaard. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan belanghebbende toegekend.
De zaak bevat uitgebreide feiten over de woonplaats, verbouwing van een recreatiewoning, huur van Belgische woningen, en de fiscale behandeling van de liquidatie-uitkering. Het Hof motiveerde uitvoerig waarom de Inspecteur geen nieuw feit had voor 1996 en waarom belanghebbende niet te kwader trouw was. De uitspraak benadrukt de toepassing van het belastingverdrag Nederland-België en de criteria voor woonplaatsbepaling in belastingzaken.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank, vernietigt de uitspraak op bezwaar over 1997, vermindert de aanslag 1997, verklaart het beroep over 1996 ongegrond en veroordeelt de Inspecteur in proceskosten.