ECLI:NL:HR:2010:BM7292
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nieuw feit voor navordering inkomstenbelasting film-CV’s
Belanghebbende had in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2000 een verlies uit onderneming opgegeven vanwege zijn deelname als commanditaire vennoot in een film-CV. De Inspecteur legde aanvankelijk de aanslag vast op basis van deze aangifte, maar legde in 2005 een navorderingsaanslag op waarbij het verlies werd gecorrigeerd omdat de CV volgens de Inspecteur geen onderneming dreef.
De kern van het geschil was of er sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur op grond van nieuwe gegevens, waaronder een 'license agreement' die in 2004 werd overgelegd, redelijkerwijs mocht vermoeden dat de oorspronkelijke aanslag te laag was vastgesteld. Dit werd gezien als een nieuw feit in de zin van artikel 16 AWR Pro.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven. De waardering van de feiten en het oordeel dat de CV geen onderneming dreef, stonden niet ter discussie in cassatie. De overige klachten werden niet ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de navordering op grond van een nieuw feit gerechtvaardigd is.