ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0132
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van de Staat voor optreden Dutchbat tijdens val Srebrenica en evacuatie vluchtelingen
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van de Staat centraal voor het optreden van Dutchbat tijdens de val van Srebrenica in juli 1995. Mustafic c.s. vorderen dat de Staat aansprakelijk wordt gesteld voor het onrechtmatig wegsturen van Mustafic van de compound, waardoor hij werd gescheiden van zijn gezin en vermoord door het Bosnisch-Servische leger.
Het hof stelt vast dat Dutchbat onder het gezag van de VN stond, maar dat de Nederlandse Staat in de overgangsperiode na 11 juli 1995 mede effectieve controle had over Dutchbat. De Staat had zeggenschap en gaf instructies over de evacuatie, waaronder het niet meewerken aan een aparte behandeling van mannen.
Het hof oordeelt dat Mustafic niet van de compound had mogen worden weggestuurd, omdat Dutchbat vanaf het eind van de middag van 13 juli 1995 wist dat de evacuatie van de mannen een reëel risico op dood en onmenselijke behandeling inhield. De Staat heeft onrechtmatig gehandeld door Mustafic te laten vertrekken, wat causaal verband houdt met zijn dood.
De vordering tot aansprakelijkheid wordt toegewezen op grond van onrechtmatige daad en het toepasselijke Bosnische recht, mede getoetst aan het EVRM en IVBPR. Andere verwijten, zoals het nalaten van strafrechtelijk onderzoek en schending van het recht op een eerlijk proces door vervanging van mr. Punt, worden deels afgewezen of aangehouden voor bewijslevering.
Uitkomst: De Staat is aansprakelijk voor het onrechtmatig handelen van Dutchbat bij de evacuatie van Mustafic, wat leidde tot zijn dood.