Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
c.f.e.b. Sisley,
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de memorie van grieven van B. Futurist, met bijlagen;
- de memorie van antwoord van Sisley , met bijlagen;
- de akte met bijlagen HBS10 tot en met HBS13 van Sisley ;
- de akte met bijlagen HBF17 tot en met HBF 27 van B. Futurist;
- de akte met bijlagen HBF28 en HBF29 van B. Futurist;
- de akte met bijlage HBS14 van Sisley .
3.Feitelijke achtergrond
Emulsion Ecologique, in het Engels
Ecological Compound, en bestaat in verschillende varianten.
Emulsion Ecologique.
(i) een inzageveroordeling op grond van de artikelen 843a (oud) en 1019a (oud) Rv [2] ; en
(ii) een opgavegebod op grond van artikel 130 lid 2 UMVo Pro [3] en artikel 2.22 lid 4 BVIE [4] . Sisley heeft daartoe aangevoerd dat B. Futurist met de massa-aanbiedingen zonder haar toestemming gebruik had gemaakt van haar merken voor identieke waren in het economisch verkeer. B. Futurist heeft betwist dat de massa-aanbiedingen een merkinbreuk opleveren, aangezien zij uitsluitend parallelhandel drijft in authentieke producten en Sisley daarom volgens haar had moeten stellen dat de met de massa-aanbieding aangeboden producten merkinbreuk maken omdat die producten hetzij namaakproducten zijn, hetzij producten waarvan de merkrechten niet zijn uitgeput. Daarnaast heeft zij als verweer gevoerd dat zij binnen de EER uitsluitend handelt in producten die in dat gebied door of met toestemming van de betrokken merkhouder in het verkeer zijn gebracht, en waarvan de merkrechten dus zijn uitgeput.
4.Procedure bij de rechtbank
A. een inbreukverbod; en
B. een veroordeling tot het dulden van inzage, binnen de in beslag genomen verzameling 1, in de stukken met betrekking tot alle producten met (i) de merknaam Sisley en (ii) het merk of de naam [a]
Emulsion Ecologique, [b]
Ecological Compound, [c]
Ecological Compound (AF) Discovery Program, en/of [d]
all purpose (lotion);
beide verzwaard met een dwangsomveroordeling.
Aan de inbreukverbodvordering heeft Sisley primairdezelfde merkinbreuk ten grondslag gelegd als in de bodemprocedure. Haar inzagevordering heeft zij gegrond op artikel 843a (oud) Rv, gelezen in samenhang met artikel 1019a (oud) Rv. Zij heeft toegelicht dat die inzagevordering betrekking had op de stukken uit verzameling 1 geselecteerd met een combinatie van de zoektermen (i) Sisley en (ii) een van de aanduidingen van haar product
Emulsion Ecologiquedat B. Futurist had aangeboden in de massa-aanbieding van 13 mei 2024.
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Bevoegdheid
- een juridische misslag omdat de rechtbank ten onrechte voorbij is gegaan aan het arrest van dit hof
LB11/MHCS [10] , waarin dit hof volgens B. Futurist de rechtsregel heeft gegeven dat in geval van parallelhandel merkgebruik is toegestaan, tenzij de onderliggende producten inbreukmakend zijn; en
- een feitelijke misslag omdat de rechtbank in r.o. 4.28 van haar bodemvonnis overweegt dat B. Futurist haar beroep op uitputting niet zou hebben doen gelden voor de Sisley -goederen die zij had vermeld in haar massa-aanbiedingen, terwijl dat juist wel het geval was.
(a) Sisley een rechtmatig belang had bij inzage;
(b) de vordering betrekking had op bepaalde bescheiden;
(c) deze bescheiden verband houden met een rechtsbetrekking waarbij Sisley partij is;
(d) deze bescheiden ter beschikking staan van B. Futurist; en
(e) de bescherming van vertrouwelijke informatie kan worden gewaarborgd door te bepalen dat de deurwaarder:
[1] de relevante stukken binnen de in beslag genomen verzameling 1 moet selecteren met de door Sisley gevorderde combinatie van de zoektermen (i) Sisley en (ii) diverse aanduidingen van het product
Emulsion Ecologique;
[2] de aldus geselecteerde stukken onleesbaar moet maken voor zover zij (ook) betrekking hebben op andere producten van Sisley dan wel op producten van andere fabrikanten;
[3] de aldus geselecteerde en geredigeerde stukken vooraf moet voorleggen aan B. Futurist, die om correctie kan vragen van eventueel ten onrechte geselecteerde of niet geredigeerde stukken voordat de deurwaarder die aan de advocaat van Sisley stuurt.
Zij heeft de inzageveroordeling onder die voorwaarden toegewezen.
ten eersteaan dat de inzageveroordeling geen toegevoegde waarde had ten opzichte van het door de voorzieningenrechter toegewezen inbreukverbod als het gaat om het beëindigen van de gestelde inbreuk. Daarnaast heeft Sisley volgens haar niet gesteld dat andere ongeautoriseerde verkopen door niet-erkende wederverkopers inbreukmakend zouden zijn en heeft zij geen informatie over leveranciers en afnemers van B. Futurist nodig om vermeend inbreukmakende online aanbiedingen vast te stellen.
ten tweedeaan dat Sisley op 15 oktober 2024, bij het instellen van het kort geding, geen spoedeisend belang meer had bij de inzagevordering, aangezien zij al op 9 augustus 2024 de bodemprocedure had ingeleid. De voorzieningenrechter had zich daarom terughoudend moeten opstellen bij de beoordeling van de vordering en heeft geen rekening gehouden met het feit dat de eerste massa-aanbieding al op 16 maart 2023 is gedaan, ruim anderhalf jaar eerder, en dat Sisley bij wijze van
fishing expeditionbewijs wil vergaren om haar zwakke bodemzaak te versterken.
fishing expeditionis niet van belang voor de vraag naar het spoedeisend belang in kort geding, maar een inhoudelijk beoordelingspunt dat hierna aan de orde komt. In de bodemprocedure had nog geen mondelinge behandeling plaatsgevonden, zodat Sisley eventueel uit de exhibitie verkregen stukken als bewijs in de bodemprocedure zou kunnen indienen.
ten derdeaan dat de voorzieningenrechter haar belangen onvoldoende in aanmerking heeft genomen bij de in kort geding te maken afweging van de belangen van partijen, waaronder met name haar belang bij de bescherming van haar bedrijfsvertrouwelijke gegevens. Het hof gaat hier aan dit bezwaar voorbij omdat de belangen van B. Futurist, waaronder de bescherming van haar bedrijfsvertrouwelijke gegevens, hierna aan de orde komt bij de inhoudelijke beoordeling.
rechtsbetrekkingen dat Sisley
rechtmatig belanghad bij haar inzagevordering en voert daartoe aan dat haar massa-aanbiedingen niet als inbreuk kunnen worden aangemerkt. Het hof gaat op grond van de afstemmingsregel voorbij aan deze betwistingen. Bovendien voert Sisley terecht aan dat voor toewijzing van inzage niet vereist is dat een inbreuk komt vast te staan, maar dat voldoende aannemelijk moet zijn dat inbreuk op een IE-recht is of dreigt te worden gemaakt. [11]
voldoende bepaalde bescheiden: volgens haar was de vordering te ruim en kwam zij neer op een
fishing expedition. De voorzieningenrechter heeft de veroordeling weliswaar beperkt door te voorzien in de hiervoor onder 6.14 beschreven procedure, maar daarmee was die veroordeling volgens B. Futurist nog steeds te ruim, omdat zij nog steeds mede zag op mogelijke stukken met betrekking tot:
- transacties die zich geheel buiten de EER hebben voltrokken;
- transitohandel onder de unitaire douaneregeling voor extern vervoer; of
- geoorloofde parallelhandel.
fishing expedition.
bescherming van haar vertrouwelijke gegevensvoldoende was gewaarborgd, aangezien de voorzieningenrechter geen maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat Sisley ook inzage zou krijgen in stukken met betrekking tot de niet door het unitaire of Beneluxmerkenrecht geraakte transacties, bedoeld hiervoor onder 6.25. Ook dit bezwaar stuit af op het oordeel in de vorige alinea.
7.Beslissing
- bekrachtigt de beslissingen onder 5.3, 5.4 en 5.5 van het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 24 december 2024;
- bekrachtigt de beslissingen onder 5.1 en 5.2 van dat vonnis voor de periode tussen die datum en gisteren en vernietigt die voor de periode vanaf vandaag en, in zoverre opnieuw rechtdoende;
- veroordeelt B. Futurist in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Sisley begroot op € 17.344,-;
- bepaalt dat als B. Futurist niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze proceskostenveroordeling heeft voldaan en Sisley haar vervolgens dit arrest betekent, B. Futurist de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-.
- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.