ECLI:NL:GHDHA:2025:432
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na hoger beroep tegen te hoge waardestelling
Belanghebbende is eigenaar van een flatwoning waarvan de WOZ-waarde voor 2021 door de Heffingsambtenaar is vastgesteld op €544.000. Na een bezwaarprocedure en een ongegrond verklaard beroep bij de Rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen deze waardebepaling.
De Heffingsambtenaar onderbouwde de vastgestelde waarde met een waardematrix waarin vergelijkingsobjecten werden gebruikt die qua bouwjaar, inhoud en ligging vergelijkbaar zijn met de woning van belanghebbende. Belanghebbende voerde aan dat de waarde te hoog was vastgesteld en dat niet alle relevante stukken, zoals de grondstaffel en waardematrix, tijdig waren verstrekt.
Het Hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan en dat de waardebepaling zorgvuldig was uitgevoerd. De toezendplicht was niet geschonden omdat de relevante stukken, waaronder het taxatieverslag, aan de gemachtigde waren verstrekt. Daarnaast was de waardematrix niet beschikbaar in de bezwaarfase en hoefde deze niet te worden samengesteld. De bouwtekeningen en iWOZ-rapporten behoorden niet tot de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning wordt bevestigd.