ECLI:NL:HR:2000:AA7148

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 september 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
34604
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • E. Korthals Altes
  • G.J. Zuurmond
  • A.G. Pos
  • D.H. Beukenhorst
  • L. Monné
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over legesheffing bij toezending van stukken in bestuursrechtelijke procedure

In deze zaak gaat het om de heffing van leges door de gemeente Meppel voor het verstrekken van kopieën van stukken aan een gemachtigde in een bestuursrechtelijke procedure. De belanghebbende ontving op 6 juni 1997 een kennisgeving van de gemeente waarin een bedrag van f 27,-- aan leges werd geheven. Na bezwaar tegen deze heffing, handhaafde het college van burgemeester en wethouders (B en W) de leges. De belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof, dat de uitspraak van B en W en de kennisgeving vernietigde. Hierop stelde B en W cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte had geoordeeld dat B en W verplicht waren om de stukken kosteloos aan de gemachtigde van de belanghebbende te verstrekken. Volgens de Hoge Raad staat artikel 7:4, lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een bestuursorgaan toe om leges in rekening te brengen voor het verstrekken van afschriften van stukken. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissing over het griffierecht, en bevestigde de uitspraak van B en W. De Hoge Raad concludeerde dat de verschuldigdheid van leges niet op een andere grond dan de eerder door het Hof verworpen grond was bestreden.

De Hoge Raad achtte geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten, zoals bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Dit arrest is op 20 september 2000 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.

Uitspraak

Nr. 34604
20 september 2000
gewezen op het beroep in cassatie van de Gemeente Meppel tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 10 juli 1998 betreffende de van de stichting Stichting X te Z wegens de verlening van na te melden administratieve dienst geheven leges.
1. Heffing, bezwaar en geding voor het Hof
Van belanghebbende is bij schriftelijke kennisgeving, gedagtekend 6 juni 1997, ter zake van het in kopie vertrekken van stukken een bedrag van f 27,-- aan leges geheven, welk bedrag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meppel (hierna : B en W) is gehandhaafd.
Belanghebbende is van de uitspraak van B en W in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft die uitspraak alsmede de schriftelijke kennisgeving vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
B en W hebben tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
3.1. De onderwerpelijke leges zijn geheven ter zake van de toezending aan belanghebbende, op een door haar ten behoeve van een cliënt gedaan verzoek, van kopieën van stukken welke in een bijstandsprocedure op grond van artikel 7:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter inzage waren gelegd. Het Hof heeft geoordeeld dat op B en W ingevolge artikel 6:17 Awb de plicht rustte deze stukken kosteloos aan belanghebbende in haar hoedanigheid van gemachtigde toe te zenden.
3.2. Het middel bestrijdt dit oordeel terecht. Artikel 7:4, lid 4, Awb staat een bestuursorgaan immers toe om ter zake van het aan belanghebbenden verstrekken van afschriften van stukken welke in een bezwaarprocedure op grond van het tweede lid van dat artikel ter inzage worden gelegd, een vergoeding in rekening te brengen van ten hoogste de kosten, en onder het verstrekken van afschriften aan belanghebbenden moet hier, anders dan het Hof heeft gemeend, worden begrepen het verstrekken van afschriften aan gemachtigden van belanghebbenden. Het bepaalde in artikel 6:17 Awb doet hieraan niet af omdat dat artikel alleen, voor het geval er een gemachtigde is, regelt aan wie stukken moeten worden gezonden, niet welke stukken moeten worden gezonden, en evenmin een regeling behelst omtrent vergoeding van kosten welke het voldoen aan die verplichting met zich brengt.
3.3. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. De verschuldigdheid van leges is voor het Hof niet op een andere grond dan de hiervoor ondeugdelijk bevonden grond bestreden. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het Hof behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, en
- bevestigt de uitspraak van B en W.
Dit arrest is op 20 september 2000 vastgesteld door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren G.J. Zuurmond, A.G. Pos, D.H. Beukenhorst en L. Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier I. de Bruin, en op die datum in het openbaar uitgesproken.