Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 19 februari 2025
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Nissewaard, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
De waardebepaling
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende is eigenaar van een hoekwoning en maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting. De Heffingsambtenaar wees het bezwaar af, waarna belanghebbende beroep instelde bij de Rechtbank Rotterdam. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat belanghebbende de vergoeding aan zijn gemachtigde had overgedragen.
In hoger beroep stelt belanghebbende dat de uitspraak op bezwaar ondeugdelijk is gemotiveerd en dat hij wel recht heeft op immateriële schadevergoeding. Het Hof oordeelt dat de motivering van de uitspraak op bezwaar voldoende is en dat er geen sprake is van uitlokking van beroep. Verder volgt het Hof de Hoge Raad dat de overdracht van een eventuele schadevergoeding aan een gemachtigde niet betekent dat belanghebbende geen immateriële schade lijdt.
Het Hof constateert dat de redelijke termijn met ongeveer negen maanden is overschreden en veroordeelt de Heffingsambtenaar en de Staat tot betaling van een immateriële schadevergoeding van respectievelijk €333 en €667. Daarnaast veroordeelt het Hof de Heffingsambtenaar en de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten in beroep en hoger beroep.
De uitspraak van de Rechtbank wordt vernietigd voor zover het verzoek om immateriële schadevergoeding is afgewezen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de Heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en belanghebbende krijgt immateriële schadevergoeding en proceskosten toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.