ECLI:NL:GHDHA:2025:128
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- H.A.J. Kroon
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- A.P. Bliek-Monsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning en niet geschonden toezendplicht door heffingsambtenaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €465.000 voor het jaar 2022, en stelde dat de waarde te hoog was en dat de heffingsambtenaar niet alle relevante stukken had verstrekt. De Rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Den Haag.
Het Hof onderzocht of de heffingsambtenaar zijn toezendplicht had geschonden en of de waarde van de woning correct was vastgesteld. De heffingsambtenaar had een taxatierapport en waardematrix overgelegd met vergelijkingsobjecten en correctiefactoren voor voorzieningen, onderhoud en ligging. Belanghebbende betwistte de bruikbaarheid van enkele vergelijkingsobjecten en de waardering van de restgrond.
Het Hof oordeelde dat de gebruikte vergelijkingsobjecten passend waren en dat de waardering van de restgrond op 80% van de gemiddelde grondprijs reëel was. De heffingsambtenaar had de gevraagde stukken verstrekt en was niet verplicht tot het toezenden van iWOZ-kaarten en bouwtekeningen, omdat belanghebbende deze niet specifiek had aangevraagd in de bezwaarfase en onvoldoende gemotiveerd had gesteld dat de gegevens onjuist waren.
Het taxatierapport van belanghebbende bood onvoldoende inzicht in de waarderingsmethodiek en kon het oordeel van het Hof niet beïnvloeden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €465.000 bevestigd.