Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 25 april 2024
[X] te [Z] , belanghebbende ,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Beoordeling van het geschil
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende is een naheffingsaanslag bpm opgelegd na registratie van een gebruikte BMW met een CO2-uitstoot van 234 gr/km. De Inspecteur baseerde de naheffing op een rapport van Domeinen Roerende Zaken (DRZ) en een koerslijst XRAY. Belanghebbende voerde aan dat de CO2-uitstoot te hoog was en dat de waardebepaling onjuist was, mede door onvoldoende schadeaftrek.
De Rechtbank had de naheffingsaanslag verminderd, maar het Hof vernietigt deze uitspraak en stelt de naheffingsaanslag definitief vast op €7.312. Het Hof oordeelt dat de CO2-uitstoot juist is vastgesteld op basis van het Duitse kentekenbewijs en de Scandinavische rekenmethode. De historische nieuwprijs en handelsinkoopwaarde worden aangepast conform de koerslijst Eurotaxglass’s met marktcorrecties.
De schadeaftrek wordt afgewezen omdat DRZ geen schade heeft geconstateerd en belanghebbende onvoldoende bewijs leverde. Verder wordt de beschikking belastingrente verminderd overeenkomstig de naheffingsaanslag. Het Hof veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is op 25 april 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De naheffingsaanslag bpm wordt verminderd tot €7.312 met aangepaste historische nieuwprijs en handelsinkoopwaarde, en proceskostenvergoeding wordt toegekend.