ECLI:NL:GHDHA:2024:1372
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde twee-onder-een-kapwoning ondanks betwisting ligging
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning met een WOZ-waarde vastgesteld op €960.000 voor het jaar 2022. De heffingsambtenaar gebruikte een vergelijkingsmethode met drie referentiewoningen en kende een hogere liggingsfactor (4) toe aan de woning, wat een hogere waarde rechtvaardigt.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, omdat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, ondanks dat de rechtbank oordeelde dat de hogere liggingsfactor niet volledig was onderbouwd. Belanghebbende stelde dat de waarde dienovereenkomstig verlaagd moest worden tot €897.000.
In hoger beroep bevestigde het Hof de waarde van €960.000. Het Hof vond dat de ligging van de woning beter is dan die van de vergelijkingsobjecten, mede vanwege het vrij uitzicht vanuit de tuin ondanks nabijheid van een hoogspanningsmast. Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende bewijs had geleverd en dat de waarde binnen een redelijke bandbreedte valt.
Het verzoek tot proceskostenvergoeding werd afgewezen, omdat het beroep ongegrond was en er geen formele tekortkomingen waren in de besluitvorming. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €960.000 wordt bevestigd.