ECLI:NL:GHDHA:2024:1304
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde portiekwoning en afwijzing uitstelverzoek en schadevergoeding
Belanghebbende, eigenaar van een portiekwoning uit 1955 met een gebruiksoppervlakte van 47 m², maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van €208.000 voor het jaar 2021. De Rechtbank Rotterdam wees het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigde dit in hoger beroep.
Het Hof oordeelde dat het uitstelverzoek van belanghebbende terecht was afgewezen omdat er geen gewichtige redenen waren en dat de Heffingsambtenaar niet verplicht is een taxatie te laten uitvoeren door een neutrale, onafhankelijke deskundige. De waarde is vastgesteld op basis van een vergelijkingsmethode met drie vergelijkbare portiekwoningen, waarbij ook rekening is gehouden met een negatieve invloed van een nabijgelegen opvanglocatie.
Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog is vanwege de verhuurde staat, onderhoudstoestand, een waterlek en mindere ligging, maar het Hof verwierp deze stellingen omdat de Heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat deze factoren niet tot een lagere waarde leiden. Tevens wees het Hof het verzoek om schadevergoeding en dwangsom af wegens het ontbreken van onrechtmatig handelen en bewijs van schade.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €208.000 wordt bevestigd.