ECLI:NL:HR:2011:BN3529
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over afwijzing uitstelverzoek in belastingzaak
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2003 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar en beroep door rechtbank en hof werd gehandhaafd. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het hof Amsterdam.
Het hof had een tweede verzoek om uitstel van de zitting op 8 september 2009 afgewezen omdat eerder al uitstel was verleend, het verzoek kort voor de zitting was ingediend en de gemachtigde geen vervanging had geregeld. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het verzoek niet tijdig was en waarom de belangen van een doelmatige procesgang zwaarder wogen dan het belang van aanwezigheid van de gemachtigde.
De Hoge Raad ging ervan uit dat de ziekte van de moeder van de gemachtigde een gewichtige reden kon zijn en dat het eerdere uitstel geen reden was om het tweede verzoek af te wijzen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof Den Haag voor verdere behandeling. De Staat werd veroordeeld in de proceskosten van cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling.