ECLI:NL:GHDHA:2021:2072
Gerechtshof Den Haag
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening belastingrechtelijke uitspraken wegens niet voldoen aan wettelijke vereisten
Verzoekster heeft bij het Gerechtshof Den Haag een verzoek ingediend tot herziening van uitspraken van 2 mei 2017 betreffende navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2004 tot en met 2007. Het verzoek strekte tot vernietiging van eerdere uitspraken en aanpassing van belastingaanslagen, alsmede tot toekenning van een schadevergoeding.
Het Hof heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat stelt dat herziening slechts mogelijk is indien cumulatief wordt voldaan aan drie voorwaarden: de feiten of omstandigheden moeten vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, deze waren bij de verzoeker niet bekend en redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn, en indien zij wel bekend waren geweest, zou dit tot een andere uitspraak hebben kunnen leiden.
Het Hof concludeert dat de door verzoekster overgelegde stukken en feiten niet voldoen aan deze cumulatieve voorwaarden. Zo betreffen sommige stukken feiten die na de oorspronkelijke uitspraken zijn ontstaan en andere waren reeds bekend of redelijkerwijs bekend. Daarnaast is niet aannemelijk gemaakt dat deze feiten tot een andere uitspraak zouden hebben geleid. Ook klachten over het niet overleggen van bepaalde stukken door de Inspecteur zijn reeds beoordeeld en onherroepelijk vastgesteld.
Het verzoek om herziening wordt daarom afgewezen. Tevens verklaart het Hof verzoeken gericht tegen latere uitspraken niet-ontvankelijk omdat deze nog niet onherroepelijk zijn. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraken wordt afgewezen wegens het niet voldoen aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 8:119 Awb.