ECLI:NL:GHDHA:2021:1058
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag accijns en boete wegens niet voldoen gasolie aan vrijstellingsvoorwaarden
Belanghebbende, eigenaar van een binnenvaarttanklichter, kreeg een naheffingsaanslag, boete en belastingrente opgelegd omdat de gasolie in de bunkertanks niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden voor accijnsvrijstelling. De controle vond plaats op 6 maart 2014, waarbij monsters werden genomen en geanalyseerd. De analyses toonden een onvoldoende gehalte aan Solvent Yellow 124 en een te hoog zwavelgehalte, waardoor de vrijstelling niet van toepassing was.
Belanghebbende voerde aan dat de monsterneming ondeugdelijk was, de hoeveelheid gasolie onjuist was vastgesteld, het laboratorium niet geaccrediteerd was, en dat de naheffingsaanslag onterecht was opgelegd. Het Hof verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de Inspecteur voldoende aannemelijk had gemaakt dat de gasolie niet aan de voorwaarden voldeed en dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Ook de boete en belastingrente werden als juist beoordeeld.
Het Hof wees het beroep van belanghebbende af en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank Den Haag. Tevens werd een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. De proceskosten werden door de Rechtbank toegewezen, maar het Hof zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: De naheffingsaanslag, boete en belastingrente zijn terecht opgelegd en de uitspraak van de Rechtbank wordt bevestigd.