ECLI:NL:GHDHA:2019:1869
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.N. Labohm
- A.H.N. Stollenwerck
- A.E. Sutorius-van Hees
- Rechtspraak.nl
Beperkte informatieplicht erfgenaam jegens legitimarissen volgens artikel 4:78 BW
In deze zaak stond de omvang van de informatieplicht van een erfgenaam jegens legitimarissen centraal, zoals geregeld in artikel 4:78 BW Pro in samenhang met artikel 4:67 BW Pro. De erfgenaam, appellante, was door erflater benoemd tot enige erfgename en beheersexecuteur. De geïntimeerden, twee kinderen van de erflater, maakten aanspraak op hun legitieme portie en vorderden uitgebreide informatie over het vermogen van erflater, inclusief het vermogensverloop over meerdere jaren.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam had appellante veroordeeld tot het verstrekken van diverse bankafschriften, belastingaangiften en andere documenten over een periode van ruim anderhalf jaar, met een dwangsom bij niet-naleving. Appellante kwam hiertegen in hoger beroep en stelde dat de informatieplicht beperkt is tot het vermogen op de sterfdatum en een opgave van schenkingen voor zover bekend, en niet strekt tot het verstrekken van inzicht in het vermogensverloop over meerdere jaren.
Het hof stelde vast dat appellante als erfgename een ruime informatieplicht heeft, maar dat deze niet zo ver reikt als door de voorzieningenrechter was aangenomen. Het hof oordeelde dat de informatieplicht zich beperkt tot verificatoire bescheiden die betrekking hebben op het vermogen per sterfdatum en een opgave van bekende schenkingen. Inzage in het vermogensverloop over de jaren voorafgaand aan het overlijden is niet vereist. De overige vorderingen van geïntimeerden werden afgewezen. Tevens werden zij veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de legitimarissen af en beperkt de informatieplicht van de erfgenaam tot het vermogen per sterfdatum en bekende schenkingen.