Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 10 juli 2018
[naam 1] ,
Het verdere verloop van het geding
De verdere beoordeling van het hoger beroep
a. Op 13 september 2013 is een overeenkomst tot stand gekomen tussen Trest (‘Buyer’) en een partij die in de aanhef van de overeenkomst is aangeduid als ‘ADESSO VALVE CV’ (hierna: Adesso CV; ‘Seller’). Namens ‘Seller’ is de overeenkomst ondertekend door [appellant] onder vermelding van ‘General Director’. Volgens de overeenkomst diende Adesso CV aan Trest afsluiters te leveren voor de prijs van € 305.555,--. De overeenkomst bevat een arbitrageclausule.
b. Levering van de afsluiters is uitgebleven. Op 25 april 2014 heeft Trest de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden.
c. Trest heeft vervolgens overeenkomstig de arbitrageclausule in de overeenkomst een arbitrage tegen Adesso CV aanhangig gemaakt bij het ‘Internationale Handels Arbitragegerecht bij de Kamer van Koophandel en Nijverheid van de Russische Federatie’ in Moskou. Adesso CV is niet verschenen. Het scheidsgerecht heeft bij arbitraal vonnis van 23 januari 2015 de vordering van Trest toegewezen en Adesso CV veroordeeld aan Trest te betalen € 261.777,50 in hoofdsom, € 15.277,75 aan contractuele boete(s) en US$ 20.713,-- aan arbitragekosten.
d. In verband met de verkrijging van verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis in Nederland is onderzoek gedaan naar Adesso CV. Uit het handelsregister bleek dat Adesso CV per 3 mei 2013 was ontbonden en dat zij haar onderneming per die datum had overgedragen aan een op hetzelfde adres gevestigde rechtspersoon genaamd Adesso Valve B.V. (hierna: Adesso BV).
f. Trest heeft op 7 april 2015 ten laste van [appellant] beslag laten leggen op zijn aandelen in Nostro Futuro Holding B.V.
(i) het arbitrale vonnis van 23 januari 2015 te erkennen;
(ii) [appellant] schuldig te verklaren aan een onrechtmatige daad jegens Trest door in naam van een reeds ontbonden CV met Trest te contracteren;
(iii) [appellant] aansprakelijk te houden voor alle door Trest als gevolg van de onrechtmatige daad geleden schade;
(iv) [appellant] te veroordelen aan Trest te betalen € 277.055,25 en $ 20.713,-- met wettelijke rente vanaf 23 januari 2015 tot de dag van betaling;
(v) [appellant] te veroordelen in de proceskosten.
(i) voor recht te verklaren dat Trest ten onrechte conservatoir beslag heeft laten leggen op zijn aandelen in Nostro Futuro Holding B.V., op straffe van een dwangsom;
(ii) het beslag op te heffen, op straffe van een dwangsom;
(iii) [appellant] te veroordelen in de proceskosten.
g. Adesso BV heeft op 17 mei 2013 een overeenkomst gesloten met Vankorneft JSF (hierna: Vankor), een deelneming van Rosneft, op grond waarvan Adesso BV aan Vankor afsluiters zou leveren.
h. Adesso BV en Vankor hebben op verzoek van Vankor op 11 juli 2013 een aanvullende overeenkomst gesloten waarin is bepaald dat de naam van Adesso BV diende te worden gelezen als Adesso CV, dit in verband met reeds op naam van Adesso CV door de Russische autoriteiten afgegeven vergunningen.
i. Trest is een onderaannemer van Vankor.
Ter comparitie in eerste aanleg heeft [appellant] naar aanleiding van de door Trest overgelegde sommaties verklaard: ‘Als productie 13 (…) zijn mails van Trest overgelegd. Op die mails hebben wij niet geantwoord.’ [appellant] heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij er geen bijzondere aandacht aan heeft besteed dat Adesso BV berichten ontving met daarin de naam van Adesso CV en dat Trest immers wist dat zij had gecontracteerd met Adesso BV, zodat er geen aanleiding was om hierop te reageren. Hij heeft in dat verband verder gesteld dat hij ervan uitging dat Adesso BV haar verplichtingen zou nakomen. Vast staat dat de door Trest verrichte aanbetalingen door Adesso BV zijn ontvangen. Voorts staat vast dat in de correspondentie en overige contacten met Trest door [appellant] regelmatig (briefpapier, stempel, visitekaartje) de naam Adesso CV in plaats van Adesso BV is gebruikt. Deze omstandigheden in aanmerking genomen is het hof van oordeel dat het welbewust nalaten door [appellant] , als bestuurder van Adesso BV, om te reageren op de door Trest aan Adesso CV gerichte aanmaningen tot nakoming dan wel, na ontbinding, over te gaan tot restitutie van betaalde bedragen en, nadat Trest rechtsmaatregelen tegen Adesso CV had aangekondigd, het nalaten door [appellant] Trest erop te wijzen dat Adesso BV haar contractspartij was, zodanig onzorgvuldig is dat hem daar persoonlijk een ernstig verwijt van kan worden gemaakt.
Beslissing
- veroordeelt [appellant] om aan Trest te betalen een bedrag van $ 20.713,--, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 23 januari 2015 tot aan de dag van algehele voldoening;
- veroordeelt Trest tot terugbetaling aan [appellant] van hetgeen als gevolg van de executie van het vernietigde vonnis aan haar is voldaan, voor zover dit het bedrag van $ 20.713,--, vermeerderd met de wettelijke rente, overschrijdt;
- veroordeelt Trest tot vergoeding van de wettelijke rente over het terug te betalen bedrag vanaf de datum van incassering tot aan de dag van terugbetaling;
- bekrachtigt het vonnis van de rechtbank voor het overige;
- veroordeelt Trest in de kosten van het hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [appellant] begroot op € 1.725,08 aan verschotten en € 3.919,-- aan salaris van de advocaat;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.