ECLI:NL:GHDHA:2018:2177
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over nakoming veroordeling verstrekken informatie buitenlandse bankrekening
In deze zaak staat centraal of appellant heeft voldaan aan een vonnis dat hem verplichtte informatie te verstrekken over een buitenlandse bankrekening bij Kredietbank Luxembourg (KBL). De Belastingdienst had in 2000 via Belgische autoriteiten gegevens verkregen over Nederlandse rekeninghouders bij KBL. Appellant werd veroordeeld om diverse gegevens en documenten te overleggen, waaronder bankafschriften en specificaties van rente.
Appellant stelde dat hij niet aan het vonnis kon voldoen omdat KBL de gevraagde gegevens na de wettelijke bewaartermijn had vernietigd. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat appellant meer informatie had moeten verstrekken, ook uit andere bronnen dan KBL, en dat hij de dwangsommen had verbeurd. Het hof oordeelt dat het bevel tot verstrekking van bescheiden niet beperkt was tot bankafschriften van KBL, maar ook schriftelijk bewijs van de bestemming van het saldo en andere documenten omvatte.
Hoewel appellant aannemelijk maakte dat KBL de gegevens had vernietigd, kon de Belastingdienst niet aannemelijk maken dat appellant geen andere informatiebronnen had. Het hof stelt dat appellant onvoldoende heeft toegelicht en onvoldoende informatie heeft verstrekt. De dwangsommen blijven daarom van kracht. De kosten van de procedure in hoger beroep worden aan appellant opgelegd. Het arrest bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellant onvoldoende heeft voldaan aan de veroordeling tot informatieverstrekking en veroordeelt hem in de proceskosten.