ECLI:NL:GHDHA:2018:1771
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- E.M. Vrouwenvelder
- S.A.W.J. Strik
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen legesaanslag omgevingsvergunning voor studio-appartementen
Belanghebbende vroeg een omgevingsvergunning aan voor het creëren van twee studio-appartementen in een pand waarvan hij juridisch en economisch eigenaar is. De heffingsambtenaar legde een legesaanslag op voor de behandeling van deze aanvraag. De rechtbank Rotterdam vernietigde deze aanslag op basis van een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Den Haag uit 2016, die later door de Hoge Raad werd vernietigd.
In hoger beroep stelde de heffingsambtenaar dat de aanslag terecht was opgelegd. Het hof oordeelde dat belanghebbende inderdaad leges verschuldigd is voor het in behandeling nemen van de aanvraag, conform de geldende Verordening leges omgevingsvergunning 2015. De eerdere uitspraak van de rechtbank was onjuist omdat de Hoge Raad had geoordeeld dat het tariefsysteem in de Verordening niet willekeurig of onredelijk is.
Belanghebbende voerde ook discriminatie aan op grond van internationale verdragen, maar het hof verwierp dit omdat hij onvoldoende feiten had gesteld om dat te onderbouwen. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Er werden geen proceskosten aan de heffingsambtenaar toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de heffingsambtenaar wordt gegrond verklaard en het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.