Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 27 juni 2017
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Veiligheid en Justitie),
[geïntimeerde],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
zal worden 'verrekend' met de aan cliënt in de zaak met parketnummer 09-650063-11(hof: zaak 2)
opgelegde vrijheidsstraf van 6 maanden.
NJ2007/188). Dat geldt tevens indien de appelrechter in kort geding oordeelt dat spoedeisend belang ontbreekt bij de in hoger beroep te beoordelen vordering. De appelrechter dient ook in een dergelijk geval te beslissen over de in eerste aanleg uitgesproken proceskostenveroordeling. Daartoe moet hij onderzoeken of de vordering die in eerste aanleg ter beoordeling voorlag terecht is toe- of afgewezen, met inachtneming van het in appel gevoerde debat en naar de toestand zoals die zich voordoet ten tijde van zijn beslissing in hoger beroep (afgezien van de omstandigheid dat het spoedeisend belang inmiddels is komen te vervallen) (HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:666, NJ 2016, 211). Naar het oordeel van het hof geldt het voorgaande eveneens indien een vordering tot veroordeling van de wederpartij in de proceskosten in eerste aanleg niet is toegewezen.
kanbieden, zonder daarbij rekening te houden met de specifieke omstandigheden die op [geïntimeerde] van toepassing zijn en zonder vooruit te lopen op de uitkomst van een dergelijk verzoek. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de executieofficier welbewust heeft verzwegen dat de termijn voor een verzoek ex artikel 90 lid 4 Sv Pro al was verstreken
Beslissing
opnieuw rechtdoende:
- wijst de vorderingen van [geïntimeerde] af;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van de Staat tot op 17 augustus 2016 begroot op € 619,- aan verschotten en € 816,- aan salaris advocaat;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de Staat tot op heden begroot op € 718,- aan griffierecht, € 94,08 aan explootkosten en € 894,- aan salaris advocaat en op € 131,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 68,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;
- bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 68,-, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen.
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
- verwerpt het beroep;
- wijst het in hoger beroep meer of anders gevorderde af;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in hoger beroep aan de zijde van de Staat begroot op € 447,- aan salaris van de advocaat, en bepaalt dat dit bedrag binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak moet zijn voldaan, bij gebreke waarvan dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen.
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;