In deze zaak stond een geschil tussen Astellas Pharma Inc. en Synthon B.V. centraal over vermeende octrooi-inbreuk op een hydrogelpreparaat. Astellas vorderde in kort geding een verbod en informatieverstrekking, maar de voorzieningenrechter wees de vorderingen af en veroordeelde Astellas tot betaling van proceskosten.
In hoger beroep wijzigde Astellas haar eis vanwege het verlopen octrooi en vorderde zij onder meer de verstrekking van producenteninformatie. Het hof stelde echter de beslissing aanhoudend totdat de bodemprocedure definitief zou zijn afgerond, met als reden dat er geen spoedeisend belang was bij de vordering tot informatieverstrekking en dat ook voor de proceskostenveroordeling spoedeisend belang ontbrak.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte spoedeisend belang vereiste voor de beoordeling van de proceskostenveroordeling en dat de aanhouding van de beslissing onredelijke vertraging opleverde. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling, waarbij de kosten van het cassatieproces door partijen zelf gedragen worden.