ECLI:NL:RBDHA:2021:16281
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verrekening vervangende hechtenis met gevangenisstraf
Eiser, met Poolse nationaliteit, is in Nederland veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf en een schadevergoedingsmaatregel met vervangende hechtenis van 72 dagen wegens gekwalificeerde doodslag en diefstal. Na weigering van een betalingsregeling werd de vervangende hechtenis uitgevoerd van september tot december 2019, waarna de gevangenisstraf werd hervat.
Eiser vordert dat de vervangende hechtenis wordt verrekend met de gevangenisstraf of dat de volgorde van executie wordt omgedraaid, en dat hij niet aan Polen wordt overgedragen zonder correct WETS-certificaat. Hij stelt dat de tussentijdse uitvoering onrechtmatig is en strijdig met zijn rechten, mede vanwege betalingsonmacht en nieuwe wettelijke bepalingen.
De rechtbank oordeelt dat verrekening van ongelijksoortige detentie niet mogelijk is zonder wettelijke grondslag en dat alleen de strafrechter daartoe bevoegd is. Daarnaast is de tenuitvoerlegging volgens de toen geldende regelgeving en beleidsvrijheid van het CJIB niet onrechtmatig. Eiser is voldoende gewaarschuwd en de procedure is niet in strijd met artikel 5 EVRM Pro. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiser tot verrekening van vervangende hechtenis met gevangenisstraf worden afgewezen.