Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
5 en 19 april 2012, 15 april 2014, 26 mei 2014 en 12, 13, 16, 19, 20, 22 en 23 september 2016.
2.Procesgang
3.Tenlastelegging
5.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
inhoudvan gegevens (het hof begrijpt: van de eigenlijke
bestandsgegevens) geen data gewijzigd, toegevoegd, veranderd of aangepast.
De enkele omstandigheid, dat – zoals door de verdediging is gesteld – zij de inhoud van het proces-verbaal van verbalisant Stofbergen niet kan toetsen is daarvoor onvoldoende.
Het aan dat verweer ten grondslag gelegde kan naar het oordeel van het hof niet leiden tot het oordeel dat een ernstige inbreuk is gemaakt op de verdedigingsrechten die van dien aard en zodanig ernstig is, dat geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM Pro.
(http://uitspraken.rechtspraak.nl/)
Op 23 april 2009 is bij de doorzoeking van de woning aan het [adres 1] in Rotterdam een contant geldbedrag aangetroffen en inbeslaggenomen van € 4.578.360,-. Het geld bevond zich in één van de twee manshoge kluizen in een afgesloten kamer in de woning. De kluis is met geweld geopend. Het geld - in verschillende coupures - was verpakt in zeven oranje tassen en in een grijze papieren tas in deze afgesloten kluis. Er zaten 4241 briefjes van € 500,- bij het aangetroffen geld, een type biljet dat veelal in het criminele circuit wordt gebruikt. In de woning werden ook twee geldtelmachines aangetroffen.
[WI028.F.3.1.014], dit betreft de zogenaamde ‘balans van [betrokkene 3]’) en die over de bedragen die zijn doorbetaald (al dan niet via [medeverdachte 2]) aan Pancho/[medeverdachte 5] (beslagcode
[WI028.F.3.1.012], in eerder genoemd gesprek wordt gesproken over ‘wat ik Panch heb gegeven’). Ook is er een e-mail d.d. 4 mei 2009 die blijkens de getapte gesprekken door [verdachte] in de mailbox van [e-mailadres] is gezet en waar de opgehaalde bedragen ook op staan vermeld.
- De handel in verdovende middelen is datgene dat de verdachten bindt;
- Er wordt door allen in versluierd taalgebruik gesproken;
- Door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] wordt zelfs expliciet gesproken over het vervoer van goederen met de trailer en het door mensen van [medeverdachte 5] lossen van de lading;
- Er wordt voor betrekkelijk veel geld een trailer, gevuld met plastic korrels, verzonden naar Senegal. Die lading is eerder een last dan het doel van de reis en kan daarom geen economisch doel hebben;
- Door niemand wordt een aannemelijke, de verdenking ontzenuwende verklaring gegeven voor dit transport, dan wel wordt er aantoonbaar gelogen.
supply vessel, met een koelruim en een kleine laadkraan. Het schip was gebouwd in 1954 en had een netto laadcapaciteit van 132 registerton. Dergelijke schepen worden volgens de getuige [betrokkene 9] over het algemeen gebruikt voor het vervoer van vis. In ieder geval tot en met medio februari 2007 heeft het schip in de haven van ‘s-Gravendeel gelegen. Daarna is het schip, zeer waarschijnlijk op 20 februari 2007, door [betrokkene 6] en [medeverdachte 1] overgevaren naar Dakar, Senegal.
Sierra?” [medeverdachte 4] antwoordt daarop bevestigend, waarna Mono een opgave van de kosten (€ 27.000,00) geeft.
Sierra. De Sierra zou volgens de verklaringen van [medeverdachte 1] worden ingezet voor de visvangst voor de kust van West-Afrika. In het dossier bevinden zich echter geen documenten waaruit kan blijken dat het schip ook daadwerkelijk als vissersschip is ingezet.
prepareerik Villes vanzelf” en vervolgt: “als Mustashi aankomt maak ik een deal met hem, we geven de helft daar aan [betrokkene 3] en de andere helft gooien we met Villes, laten haar dan naar de showroom komen”
“Mustashi heeft een overeenkomst met Patron afgesloten dat zij richting jou vertrekken, maar het moet dan uit Gujaa vertrekken”. In de dagen daarna boekt [verdachte] voor [betrokkene 5] een vlucht naar Conakry, Guinee en zegt [medeverdachte 1] dat hij een visum voor zijn broer [medeverdachte 7] gaat regelen. [betrokkene 5] vertrekt vervolgens daadwerkelijk naar Conakry en is daar in ieder geval op 29 augustus 2009.
,belt [medeverdachte 1] met [medeverdachte 4] (die dan gebruikt maakt van een aansluiting in Benin) en zegt onder meer dat de Kapi daar niet naar binnen wil, omdat ze hem kennen en hij heeft gevraagd of “wij het naar buiten kunnen zetten”. Daarop bespreken [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] verder dat [medeverdachte 4] het moet doorgeven aan Borracho (het hof begrijpt: [kapitein 2], de kapitein van de Ville d’Abidjan) en dat [medeverdachte 4] de man die [medeverdachte 1] stuurt met de Viel (het hof begrijpt: de Ville d’Abidjan) moet laten vertrekken.
6.(Deel)vrijspraken van het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde
7.Bewezenverklaring
zij op tijdstippen in de periode van 14 februari 2009 tot en met 23 april 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben verdachte en haar mededaders toen en daar, meermalen geldbedragen
persoonop tijdstippen in of omstreeks de periode van
4 februari 2008tot en met 8 september 2009 in Nederland en Colombia en Venezuela en Benin en Nigeria en Republiek Guinee en Guyana, tezamen en in vereniging met anderen,
hebbengetracht te bewegen om dat feit mede te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en
hebbentrachten te verschaffen, en
hebbengehad, waarvan zij wisten
)of ernstige reden hadden te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit,
hunmededaders tezamen en in vereniging met elkaar, toen en daar opzettelijk:
n, waaronder [medeverdachte 1], [medeverdachte 4] en ‘Mustashi’ en
tehebben ten behoeve van het vervoeren en/of invoeren van (handels)hoeveelheden cocaïne en
8.Bewijsvoering
9.Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
10.Strafbaarheid van de verdachte
11.Vordering van de advocaat-generaal
12.Strafmotivering
13.De inbeslaggenomen goederen
14.Toepasselijke wettelijke voorschriften
gevangenisstrafvoor de duur van
21 (eenentwintig) maanden.
onttrekking aan het verkeervan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
mr. A. Kuijer en mr. T.B. Trotman, in bijzijn van de griffier mr. E. van Doren.
zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 februari 2009 tot en met 23 april 2009 te Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) toen en daar (telkens) (krachtens die gewoonte), meermalen (van) een grote hoeveelheid geld, althans meerdere bankbiljetten (totale waarde ongeveer 4.578.360 euro), althans enig(e) geldbedrag(en)
zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 februari 2009 tot en met 23 april 2009 te Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van) (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 4.578.360 euro, althans enig(e) geldbedrag(en),
subsidiair:
zij op of omstreeks 08 september 2009 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen een wapen en/of onderdeel van een wapen van categorie II en/of III, te weten: