ECLI:NL:GHDHA:2016:264
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging effectenlease-overeenkomst gesloten door wettelijk vertegenwoordiger zonder machtiging
In deze zaak staat de effectenlease-overeenkomst centraal die op naam van een minderjarige is gesloten door haar vader als wettelijk vertegenwoordiger zonder de vereiste machtiging van de kantonrechter. De moeder van de minderjarige heeft namens haar dochter de overeenkomst vernietigd op grond van artikel 1:347 BW Pro, omdat de machtiging ontbrak. Dexia betwistte deze vernietiging en voerde onder meer verjaring aan.
Het hof oordeelt dat de wettelijk vertegenwoordiger namens de minderjarige bevoegd is om de overeenkomst te vernietigen en dat de verjaringstermijn van drie jaar op grond van artikel 3:52 lid 1 onder Pro d BW pas gaat lopen vanaf het moment dat de minderjarige meerderjarig wordt of een nieuwe voogd wordt benoemd. Hierdoor was de vernietiging tijdig en rechtsgeldig ingeroepen.
De overeenkomst wordt met terugwerkende kracht vernietigd, waardoor de betalingen onverschuldigd zijn gedaan en teruggevorderd kunnen worden. Dexia wordt veroordeeld tot terugbetaling van de betaalde bedragen, vermeerderd met wettelijke rente, en tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten. De vordering tot doorhaling van een eventuele BKR-registratie wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: De effectenlease-overeenkomst is rechtsgeldig vernietigd en Dexia is veroordeeld tot terugbetaling en vergoeding van buitengerechtelijke kosten.