ECLI:NL:GHARN:2011:BQ7755
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over waardering evenemententerrein voor successierecht
Het geschil betreft de waardering van een evenemententerrein in het kader van het successierecht per peildatum 29 augustus 2004. De Inspecteur stelde een waarde van € 2.280.000 voor, gebaseerd op een taxatie en een koopovereenkomst met ontbindende voorwaarden, terwijl belanghebbende een waarde van € 1.000.000 aanvoerde.
De feiten tonen aan dat er op 11 mei 2004 een voorontwerpbestemmingsplan was vastgesteld dat de woonbestemming van het terrein wilde wijzigen in een evenemententerreinbestemming. Er waren onderhandelingen met een bouwbedrijf (G BV) over verkoop en bouw van woningen, met een koopovereenkomst getekend op 25 oktober 2004. De bouwvergunning werd verleend op 12 april 2005. De waarde van het terrein was onderwerp van discussie, mede door de onzekerheid over de bestemmingswijziging en ontbindende voorwaarden in de koopovereenkomst.
Het Hof oordeelt dat de waarde van het terrein op de peildatum niet de door de Inspecteur voorgestelde hoge waarde kan zijn, mede omdat de ontbindende voorwaarden en onzekerheden meegewogen moeten worden. De rechtbankwaarde van € 1.000.000 wordt bevestigd, waarbij de Inspecteur onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de hogere waarde geldt. De vergrijpboete wordt vernietigd omdat geen recht van successie verschuldigd is. De Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de waarde van het evenemententerrein op € 1.000.000, vernietigt de aanslag en vergrijpboete en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten.