ECLI:NL:GHARN:2010:BO0512
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermogenswaardering en successierecht bij nalatenschap met buitenlandse tegoeden
Het geschil betreft de juiste waardering van de nalatenschap van A, overleden in 2005, met name de waarde van buitenlandse banktegoeden, de waarde van de eigen woning en de omvang van belastingschulden over 2004 en 2005. De erfgenamen, de broer en zus van A, betwisten de aanslagen successierecht opgelegd door de Inspecteur.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar het Gerechtshof vernietigt deze uitspraak. Het Hof oordeelt dat de Inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat het buitenlandse vermogen op overlijdensdatum gelijk is aan het saldo uit de vaststellingsovereenkomst van 2003, en acht het door de erfgenamen opgegeven vermogen per 31 december 2003 een beter uitgangspunt. Ook wordt een lagere belastingschuld over 2004 en 2005 vastgesteld.
De waarde van de woning wordt bevestigd op €400.000, waarvan het erfdeel €133.333 bedraagt. Het Hof vermindert de aanslagen successierecht tot een bedrag van €57.685 per erfgenaam en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van €1.449. Het vonnis is op 14 september 2010 uitgesproken.
Uitkomst: Het Gerechtshof vermindert de aanslagen successierecht tot €57.685 per erfgenaam en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten.