ECLI:NL:HR:1996:AA2013
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdstip winstneming bij verkoop onderneming in inkomstenbelasting
Belanghebbende exploiteerde een appartementencomplex en verkocht dit bij overeenkomst op 22 december 1989, met eigendomsoverdracht op 7 mei 1990. Voor het jaar 1990 werd een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over het behaalde resultaat uit deze overdracht. Belanghebbende wilde het resultaat echter in 1989, het jaar van de overeenkomst, in aanmerking nemen en ging akkoord met een navorderingsaanslag voor dat jaar.
Na vaststelling van de aanslag voor 1989 wilde belanghebbende terugkomen op zijn keuze en het resultaat in 1990 verwerken, het jaar van de overdracht. Het Hof had geoordeeld dat het resultaat in 1990 moest worden genomen. Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte deze keuze niet toestond.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat het resultaat bij de overdracht in 1990 in aanmerking moet worden genomen. De mogelijkheid om het resultaat in 1989 te verwerken was vervallen na vaststelling van de aanslag. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel dat het resultaat in 1990 moet worden genomen bevestigd.