ECLI:NL:GHARN:2009:BK1754
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar naheffingsaanslag en boetebeschikking BPM
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag en boete opgelegd vanwege het gebruik van een motorrijtuig met een achterbank die niet voldeed aan de bestelauto-definitie, waardoor BPM verschuldigd was. Belanghebbende stelde dat hij tijdig bezwaar had gemaakt, maar dit bezwaar werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de termijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en belanghebbende stelde hoger beroep in. Tijdens het hoger beroep bleek dat het handgeschreven bezwaarschrift pas maanden na de aanslag bij de Belastingdienst was ontvangen, terwijl de bezwaartermijn zes weken bedroeg. Belanghebbende kon geen bewijs leveren van tijdige verzending, zoals een aangetekende brief.
Het hof oordeelde dat het bezwaar tegen zowel de naheffingsaanslag als de boetebeschikking terecht niet-ontvankelijk was wegens termijnoverschrijding. De Inspecteur had bovendien aannemelijk gemaakt dat het bezwaarschrift niet tijdig was ingediend. Het bewijsaanbod van belanghebbende om een getuige te horen werd niet benut. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een kostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het bezwaar tegen de naheffingsaanslag en boetebeschikking BPM terecht niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de bezwaartermijn.