Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De kern van de zaak
3.De feiten
4.De beoordeling
de in lid 1 genoemdeonroerende zaak en/of de daarop te bouwen c.q. gebouwde sociale koopwoning” (onderstreping hof). [geïntimeerde] wijst er terecht op dat die verwijzing naar ‘lid 1’ niet klopt. De meerwaardeclausule vermeldt dan ook niet duidelijk en op ondubbelzinnige wijze, op wélke onroerende zaak en/of woning de in die clausule genoemde nabetalingsverplichting van toepassing zou zijn.
sociale woningbouw” heeft, en dat de clausule vermeldt dat betaling verschuldigd is bij doorverkoop van een “onroerende zaak en/of de daarop te bouwen c.q. gebouwde
sociale koopwoning” (onderstrepingen hof). Uit de overige delen van de leveringsakte blijkt niet dat de woning in kwestie een sociale koopwoning zou zijn. Dat blijkt, zoals [geïntimeerde] opmerkt, evenmin uit de koopovereenkomst en de daarbij behorende stukken. [geïntimeerde] wijst er in dit verband bovendien terecht op dat de akte ook – in een citaat uit de tussen de Gemeente en [naam1] geldende algemene voorwaarden – bepalingen bevat over sociale huurwoningen. Die bepalingen over sociale huurwoningen, die volgens de tekst van die bepalingen slechts gelden in geval van sociale huur, zijn in het geval van [geïntimeerde] niet van toepassing. Het hof is het met [geïntimeerde] eens dat ook dit gegeven steun biedt aan zijn lezing van de clausule en de door de Gemeente voorgestane uitleg juist minder aannemelijk maakt.
5.De beslissing
- € 827 aan griffierecht
- € 3.340 aan salaris advocaat (2 procespunten x tarief III ad € 1.670)