5.7.Verklaring getuige [schuldeiser1] inzake opgenomen schuld in koop- verkoopovereenkomst [werkmaatschappij2] en overname (bevoordelen schuldeiser in faillissement).
Vraag: Kwam [werkmaatschappij2] bij [schuldeiser1] vaak partijen metalen afleveren?
[getuige1] ....Ik weet niet hoe vaak[werkmaatschappij2]
leverde, in de periode dat wij constateerden dat er bij ons fraude is gepleegd door[werkmaatschappij2]
kwam[werkmaatschappij2]
regelmatig bij ons.
(…)
Vraag: Wat wist u van het feit dat [belanghebbende] [werkmaatschappij2] ging verkopen?
[getuige2] en [getuige1] : Nee.
Mededeling: In deze overeenkomst staan schuldeisers vermeld welke door de nieuwe verkoper [naam4] zouden worden overgenomen. Vraag: Wat kunt u verklaren over deze lijst van schuldeisers?
[getuige2] : Wij staan ertussen.
Mededeling: In deze overeenkomst staat u als schuldeiser [schuldeiser1] vermeld welke door de nieuwe verkoper [naam4] zouden worden overgenomen met daarbij vermeld een openstaand bedrag van € 380.178,92.
Vraag: Is dit bedrag juist en hoe is dit bedrag tot stand gekomen?
[getuige2] : Ik weet niet of het bedrag op dat moment juist is, maar wij hebben een vordering van die grootte.
Vraag: Welke periode is deze schuld ontstaan?
[getuige2] en [getuige1] : Wij hebben een vordering op [belanghebbende] . Dit is ontdekt in maart 2017. Wij hebben toen ontdekt dat[werkmaatschappij2]
gefraudeerd heeft.[werkmaatschappij2]
kwam met een container op de weegbrug, heeft geleverd en wij kwamen een gewicht aan Non -Ferro tekort bij het laden van een partij. Wij hebben geconstateerd dat[werkmaatschappij2]
een andere partij heeft aangeleverd, met een minder gewicht dan dat in eerste instantie is gewogen. Dat hebben wij gezien op foto's van de containers op de weegbrug, wij zien dan de producten. Wij hebben door het tekort een voorraad opname gedaan en zo vastgesteld wat het tekort is.
Vraag: Met wie van [werkmaatschappij2] is deze schuld besproken en met wie zijn deze afspraken besproken?
[getuige2] . Met de heer [naam5] , [belanghebbende] heeft nooit toegegeven dat dit is gebeurt, [naam5] heeft geen bezwaar gemaakt tegen onze bevindingen. [naam5] heeft namens[werkmaatschappij2]
de afspraak gemaakt om terug te betalen en dat is ook gedeeltelijk betaald. Op dit moment staat er nog 250.000 euro van de schuld open (eind 2019).
Vraag: Zijn jullie bekend met de nieuwe directeur van [werkmaatschappij2] per 20 juli 2017, dhr [naam4] ?
[getuige2] en [getuige1] : Nee, kennen wij niet.
Vraag: Wat weten jullie van het faillissement van [werkmaatschappij2] per 14 november 2017?
Antwoord: Echt niets.
Mededeling: Wij tonen u DOC-15311, zijnde een credit nota van [schuldeiser1] gericht aan [werkmaatschappij2] d.d.
16-06-2017 Nettobedrag € 36.856. Vraag: Naar aanleiding waarvan is deze creditnota opgemaakt?
Antwoord: Dit is volgens ons een nota van [schuldeiser1] , wij maken die op als een leverancier bij ons een levering heeft gedaan. Dit is onze wijze van facturering.[werkmaatschappij2]
zal een partij hebben aangeleverd aan ons.
Vraag: Hoe en op welke wijze heeft u hier [werkmaatschappij2] op aangesproken en wie heeft u hierover gesproken?
[getuige2] : [naam5] , wij zagen geen heil in een rechtszaak, ik heb [naam5] er mee geconfronteerd en gezegd dat wij ons geld terug wilden hebben. Afgesproken is dat zij mochten doorleveren en dat wij bedragen daar op inhouden tot wij ons geld terug hebben. Ik heb met [belanghebbende] gesproken, hij legde de schuld bij anderen maar wilde het wel oplossen en blijven leveren. Daarom hebben wij deze afspraak gemaakt.
Vraag: Wie kwam er met het voorstel van afbetaling?
[getuige2] : [schuldeiser1] .
Vraag: Op 14 november 2017 is [werkmaatschappij2] failliet verklaard. Heeft u uw openstaande vordering ingediend bij de curator van [werkmaatschappij2] ?
[getuige2] . Nee, Wij hebben ook geen bericht hiervan ontvangen.
Vraag: Levert [belanghebbende] nog metalen aan [schuldeiser1] met zijn nieuwe onderneming [werkmaatschappij1] ?
[getuige2] : Ja, ferro, ik weet niet hoe vaak. Van de Non — ferro niet
Vraag: Hoe verloopt de afbetaling van de schuld tot op heden?
[getuige2] : Wij schrijven facturen uit aan [werkmaatschappij1] en [werkmaatschappij1] betaald de aflossing op de schuld aan ons.”