Uitspraak
1.Plukon Goor B.V.(hierna: Plukon)
MSIG Europe SE(hierna: MSIG), voorheen MS Amlin Insurance SE
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep
- de memorie van antwoord in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep, tevens akte wijziging partijnaam
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 11 maart 2026 is gehouden.
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
De vervoerder is aansprakelijk voor geheel of gedeeltelijk verlies en voor beschadiging van de goederen, welke ontstaan tussen het ogenblik van de inontvangstneming van de goederen en het ogenblik van de aflevering. (…).”
aan de lading(namelijk: ‘thereto’). Plukon c.s. hebben onvoldoende overtuigende argumenten aangevoerd op grond waarvan, gelet op de context waarin het woord is gebruikt en het voorwerp en doel van het verdrag, voor het aannemen van een “beschadiging” al voldoende is dat een waardevermindering is opgetreden, ook als geen sprake is van een fysieke aantasting. Het hof ziet in de voorbeelden van beschadigingen zoals die worden opgesomd in artikel 17 lid 4 onder Pro d eerder extra aanwijzingen dat het om een fysieke aantasting moet gaan. De verwijzing door Plukon c.s. naar artikel 25 CMR Pro kan niet overtuigen, omdat de daar genoemde waardevermindering in geval van beschadiging aan de orde komt ter bepaling van de omvang van de schade. Voor vestiging van de aansprakelijkheid is echter een beschadiging vereist.
De CMR voorziet niet in een uitputtende regeling van de aansprakelijkheid van de vervoerder. Art. 17 CMR Pro regelt uitsluitend de aansprakelijkheid van de vervoerder voor verlies van of schade aan door hem vervoerde zaken, alsmede voor vertraging in de aflevering. Voor andere schade dan deze kan de vervoerder aansprakelijk zijn op grond van het toepasselijke nationale recht (vgl. met betrekking tot schade aan andere dan de vervoerde zaken HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1333, NJ 1995/114 (Cargofoor)).”