Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
de standplaats en berging (…) staande en gelegen aan: [adres1]”. [appellant] heeft onvoldoende gesteld waaruit zou volgen dat deze beschrijving mede perceel [sectie] [nummer1] omvat. Het gelijk van [appellant] kan ook niet worden afgeleid uit de kadastrale informatie of de bestemming van het betreffende (deel van) perceel [sectie] [nummer1] . Integendeel, daaruit volgt dat perceel [sectie] [nummer1] , locatie [adres2] , ruim 96.000 m2 beslaat, en dat de bestemming ‘openbaar groen(voorziening)’ is, wat het standpunt van [appellant] niet ondersteunt. Dat [appellant] een huurrecht zou hebben valt bovendien niet te rijmen met zijn stelling dat hij toestemming heeft gekregen van de Gemeente om de grond te gebruiken. [appellant] stelt dat de Gemeente – in de persoon van de heer [naam1] – aan zijn moeder, die aanvankelijk de standplaats huurde, en daarmee ook aan [appellant] zelf, heeft toegezegd dat hij/zij de strook grond op perceel [sectie] [nummer1] mocht gebruiken. Waarom die toestemming van de Gemeente gegeven zou zijn of nodig zou zijn als zijn moeder de strook grond op perceel [sectie] [nummer1] van meet af aan huurde, valt niet in te zien. Uit die en andere verklaringen van [appellant] volgt dat [appellant] zich ervan bewust was dat de strook grond op perceel [sectie] [nummer1] (in elk geval aanvankelijk) niet tot de gehuurde standplaats behoorde. [appellant] kon, anders dan hij betoogt, dan ook niet aan de feitelijke situatie bij de standplaats het vertrouwen ontlenen dat de strook grond wél bij de standplaats hoorde toen hij die standplaats in 2009 zelf ging huren van een derde partij (Wooninc). De omschrijving in de huurovereenkomst tussen [appellant] en Wooninc wijst er ook juist op dat de strook grond níet bij de gehuurde standplaats hoort. Het hof volgt om die reden ook niet de stelling dat [appellant] niet op de hoogte was van de begrenzing van het gehuurde. De Gemeente heeft daarbij gemotiveerd gesteld dat alle standplaatsen min of meer even groot zijn en bewoners heel goed weten waar de standplaats begint en eindigt. Dat [appellant] (extra) huur betaalt voor het gebruik van perceel [sectie] [nummer1] aan Wooninc is gesteld noch gebleken. De Gemeente heeft perceel [sectie] [nummer1] niet aan [appellant] verhuurd. Dat de Gemeente of Wooninc niettemin de indruk zou hebben gewekt dat [appellant] dat perceel heeft (mee)gehuurd is onvoldoende onderbouwd. Op grond van het voorgaande verwerpt het hof het beroep van [appellant] op een huurrecht.