Uitspraak
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
5 maart 2024, nummer LEE 23/269, in het geding tussen belanghebbende en
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
3.Geschil
€ 171.000. De heffingsambtenaar beantwoordt die vragen ontkennend.
4.Beoordeling van het geschil
[adres6] beschikt over aanzienlijk meer kaveloppervlak dan de woning (1.157 m² versus 465 m²) en bevindt zich – mede gezien de renovatie daarvan in 2010 en de daarvoor betaalde koopprijs van € 530.000 – niet in hetzelfde marktsegment als de woning. Bovendien wordt uit de taxatiematrix van de heffingsambtenaar niet duidelijk dat, en zo ja, hoe, er voor dit vergelijkingsobject rekening is gehouden met de waardeontwikkeling tussen de verkoop- en waardepeildatum (respectievelijk 29 september 2021 en 1 januari 2021).
€ 683,24/m² en een aanzienlijk lagere eindwaarde. Daarnaast volgt uit een directe vergelijking met het vergelijkingsobject [adres2] , naar ’s Hofs oordeel, eveneens dat de vastgestelde waarde te hoog is. [adres2] heeft een groter perceel, een grote berging en bevindt zich – zo is tussen partijen niet in geschil – in betere staat. Hiermee rekening houdend, is het verschil tussen de door de Rechtbank vastgelegde waarde (€ 211.000) en de op 2 april 2021 voor [adres2] overeengekomen verkoopprijs (€ 220.000) onvoldoende om met de bestaande verschillen rekening te houden.
€ 1.868 (2 punten (beroepschrift en bijwonen zitting) x € 934 x wegingsfactor 1), dus tezamen € 3.200.
5.Griffierecht en proceskosten
€ 934 x 1 x 0,25). Belanghebbende heeft niet gesteld dat sprake is van een bijzonder geval, op grond waarvan de Wet herwaardering proceskostenvergoeding in WOZ en Bpm zaken niet van toepassing is. [10]
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, met uitzondering van de beslissing over de vergoeding van het in eerste aanleg betaalde griffierecht,
- vernietigt de uitspraak op bezwaar,
- stelt de waarde van de woning vast op € 190.000,
- vermindert de daarmee samenhangende aanslag onroerendezaakbelasting
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten belanghebbende tot een bedrag van in totaal € 3.667 en
- gelast dat de heffingsambtenaar het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 138 aan belanghebbende vergoedt.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).