Uitspraak
1.de vennootschap onder firma Visser & Smit Bouw / Mainka v.o.f.
Visser & Smit Bouw B.V.
Mainka Bau GmbH & Co. KG
VWS Railinfra en Civiele Bouw B.V.
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
3.Het oordeel van het hof
- Post 4 wordt met 2 x € 9.879,16 verminderd en vervolgens met € 16.426,53 vermeerderd;
- Post 14 wordt vermeerderd met € 462.504,23 en € 28.858,50;
- Post 15 wordt verminderd met € 245.722,25, € 227.107,01, € 2.022,52 en € 74.237,41;
- Post 16 wordt verminderd met € 186.509,05 en € 198.437,05.
- terugbetaling van bonussen 650.000,00
- schade aan bekistingsmateriaal 1.000.371,56
- kosten van de bankgarantie tot 17-9-’20 830.850,00
- herstelkosten UBZ kanalen 133.323,77
- herstelkosten Turbinentisch 307.274,29
- herstelkosten volgens vaststellingsovereenkomst met RWE van 18-12-’13:
- herstelkosten stekeinden 117.873,36
- herstelkosten restgebreken 499.286,82
- restant verrekenpost o.g.v. de overeenkomst van 17-6-’11 448.909,14.
Van gezag van gewijsde is alleen al daarom geen sprake met als gevolg dat het Hof alsnog moeten beoordelen of de vordering van HaSa door het Hof aangeduid als ‘vordering 3’ niet alsnog voor (gedeeltelijke) vergoeding in aanmerking komt ook al heeft HaSa tegen de beslissing van de Rechtbank m.b.t. deze vordering geen beroep ingesteld (primair). En, zo niet dan zal aan de hand van het arrest van de Hoge Raad van 26 mei 2023 deze vordering alsnog zelfstandig beoordeeld moeten worden in het kader van het verrekening verweer van HaSa m.b.t. de re-conventionele vorderingen van ViMa (subsidiair)”
- ROUBA, kanaal 6
- ROUBA, kanalen 3 en 5
- Kanaal 5
- ROUBA
- ROUBA, kanaal 4, uitbreidingsverbinding (2x vermeld)
- ROUBA, kanaal 4, trap (2x vermeld)
- ROUBA, kanaal 5
- ROUBA, kanaal 4.
afrekening overige gebreken’ nader specificeren en per onderdeel aangeven welk verwijt zij HaSa maakt, tot welke schade dit heeft geleid en op welke wijze zij HaSa op deze verwijten heeft aangesproken. HaSa mocht hierop in haar antwoordakte reageren.
- 344 Maβabweichungen Fundamente vs Stutzen (bouwdeel R0UGB)
- 344 Stahlbau Multiflow (bouwdeel R0UGB)
- 350 Zu Groβe Durchbrüche (bouwdeel R0UGB)
- 323 Siloböden (bouwdeel R2UVE), deze post kan volgens ViMa vervallen
- 420 Montage und verpacken Flansch Vorpumpe (bouwdeel A0ALC20), deze post kan volgens ViMa vervallen
- 321 Zwei Anschweiβplatten an der Achse 3 (dit betreft de ankerplaten met de nummers R2UET2009000222 en R2UET2009000233)
- 321 Fehlende bzw. falsch einbetonierte Ankerplatten (bouwdeel R2UET)
- 350 Wanddurchbruch für Brandschutzklappe zu klein hergestellt (bouwdeel R0UGB)
- 321 Verschobene und fehlende Ankerplatten (bouwdeel R2UET)
- 344 Aufgrund starker Ovalitäten keine abdichtung mit Kettengliederdichtungen möglich
- 344 Becken ‘tank for cleaning water’ fehlende befesigungspunkte für Halterug der Leitungen
- 321 Verschobene Ankerplatten (bouwdeel R2UET).
In AZ 30 positie 1.4.2030 factureert ViMa 4.762 ankers en onder nummer 1.4.2040 nog eens 801 waardoor het totaal maximum neerkomt op 4.572. Gesteld dat HaSa deze kosten kunnen worden toegerekend, dient de vordering met dit aantal verminderd te worden.” Zonder verdere uitleg is dit voor het hof onbegrijpelijk. Rekenkundig kan het hof HaSa niet volgen. Het hof ziet ook geen evidente rekenfout in de stelling van HaSa besloten liggen. Bovendien is zonder uitleg ook niet goed te begrijpen waarom de vermelde facturen tot vermindering van dit onderdeel van de vordering van ViMa zouden moeten leiden.
Bonus auf Lohnnachtrag für das Maschinenhaus” niet de door HaSa bedoelde bonus voor het Maschinenhaus is bedoeld. ViMa heeft ook gesteld dat HaSa de grondslag van dit deel van haar vordering en de opbouw van het gevorderde bedrag op geen enkele wijze heeft onderbouwd. ViMa wijst er ook op dat het gegeven dat zij in het kader van het bereiken van een totaalafspraak bereid zou zijn geweest de bonus te betalen niet betekent dat zij die vordering onvoorwaardelijk heeft erkend. Het hof stelt voorop dat door HaSa volgens het verslag van 4 juni 2012 en haar brief van 6 juni 2012 duidelijk is gesteld dat zij meent recht te hebben op betaling van een bonus van € 2.800.000 voor het Maschinenhaus. Wat voor bonus dat is en wanneer de betaling van die bonus is overeengekomen en welke voorwaarden daarvoor gelden blijkt niet. Dat voor ViMa niet duidelijk is geweest op welke grondslag dit was en hoe dat bedrag is opgebouwd kan het hof echter ook niet afleiden uit het verslag van 4 juni 2012. Dat in het verslag van 12 juni 2014 een andere bonus wordt bedoeld blijkt ook nergens uit. ViMa c.s. stelt dat het verslag van 12 juni 2014 nooit aan HaSa is gestuurd en dat dit verslag alleen voor intern gebruik is opgesteld. Daaruit kan volgens ViMa c.s. daarom niet worden afgeleid dat partijen overeenstemming hebben bereikt op enig punt. Volgens HaSa is op 12 juni 2012 alsnog overeenstemming bereikt over de betaling van de door haar bedoelde bonus van € 2.800.000. Het hof zal HaSa toelaten tot het bewijs van deze stelling. In het geval HaSa niet slaagt in dat bewijs komt HaSa geen beroep op verrekening toe. Voor het bestaan van de aanspraak op deze bonus op andere gronden dan de gestelde overeenstemming op 12 juni 2012 heeft HaSa onvoldoende gesteld. Om proceseconomische redenen zal het hof HaSa de bewijslevering in een later stadium van de procedure toestaan.
- de verdere beoordeling van het resterende deel van de kleine bouwplaatsen, onderdeel van vordering 1 van HaSa;
- de beoordeling van vordering 3 van HaSa;
- de beoordeling van de vordering van ViMa c.s. met betrekking tot de kosten als gevolg van schade aan en vermissing van bekistingsmateriaal.
met uitzondering van de RMP met nummers 729, 732, 777, 1067, 1212, 1284, 1286, 1288, 1290, 1319, 1477 en 1507, te herstellen?
- Van vordering 1 is € 3.321.594,36 dat voor de grote bouwplaatsen is gefactureerd toewijsbaar;
- Van vordering 1 is van het deel dat ziet op de kleine bouwplaatsen een bedrag van € 331.399,92 toewijsbaar;
- Vordering 2 is toewijsbaar tot een bedrag van € 1.743.215,23;
- Vordering 4 is geheel toewijsbaar (€ 350.000,00);
- Vordering 10 (€ 34.000,00) is toegewezen en staat in hoger beroep niet ter discussie;
- De verrekening van € 216.723,58 (onderdeel 11) blijft in hoger beroep gehandhaafd;
- Vordering 5 (bonussen uit de overeenkomst van 17-11-2011, groot € 843.500) zal worden afgewezen;
- De vordering van € 2.800.000,00 vanwege bonussen voor het Machinenhaus zal worden afgewezen;
- Vordering A over de bevoegdheid tot verrekening kan worden toegewezen in het geval ViMa c.s. een vordering tot betaling van enig bedrag op HaSa zal blijken te hebben;
- Vordering D over de teruggave van de bankgarantie zal worden toegewezen;
- De vorderingen over de vergoeding van de kosten van de bankgarantie (voor een bedrag van € 850.850 onderdeel van vordering B en vordering C) zullen worden afgewezen;
- De vordering tot terugbetaling van bonussen van € 650.000 (onderdeel van vordering B) zal worden afgewezen.
- De vordering tot betaling van de herstelkosten van € 64.959,50 van de buiten de bouwdelen gelegen UBZ kanalen (onderdeel van vordering B) is toewijsbaar, zie 3.52 van dit arrest.
- De vordering tot betaling van de herstelkosten van € 614.889,14 voor de ankerplaten (onderdeel van vordering B) is toewijsbaar, zie 3.71 van dit arrest.
- De vordering tot betaling van de herstelkosten van € 301.875,23 voor de roestvlekken op het beton (onderdeel van vordering B) is toewijsbaar, zie 3.78 van dit arrest.
- De vordering tot betaling van de herstelkosten van € 11.500 voor de uitzettingsvoegenbanden (onderdeel van vordering B) is toewijsbaar, zie 3.80 van dit arrest.
- De vordering tot betaling van de kosten van ELG en Alpine van € 574.610,12 (onderdeel van vordering B) is toewijsbaar, zie 3.82 van dit arrest.
- De vordering tot betaling van de kosten van Franzen van € 158.843,04 (onderdeel van vordering B) is toewijsbaar, zie 3.84 van dit arrest.
- De vordering tot betaling van de kosten van AQZ € 24.156,54 (onderdeel van vordering B) is toewijsbaar, zie 3.86 van dit arrest.
- De vordering tot betaling van de kosten van IBA van € 42.885,96 (onderdeel van vordering B) is toewijsbaar, zie 3.88 van dit arrest.
- De vordering tot betaling van de planningskosten van HTC van € 435.496,57 (onderdeel van vordering B) is toewijsbaar, zie 3.90 van dit arrest.
- De vordering tot betaling van de afrekening van overige grebreken volgens de vaststellingsovereenkomst met RWE zal het hof afwijzen, zie 3.92 van dit arrest.
- De vordering tot betaling van de herstelkosten van € 117.873,36 voor de stekeinden (onderdeel van vordering B) is toewijsbaar, zie 3.103 van dit arrest.
- De vordering tot betaling van de restgebreken zal het hof afwijzen voor zover die vordering betrekking heeft op de RMP met nummers 729, 732, 777, 1067, 1212, 1284, 1286, 1288, 1290, 1319, 1477 en 1507, zie 3.104 van dit arrest.
- ROUBA, kanaal 6
- ROUBA, kanalen 3 en 5
- Kanaal 5
- ROUBA
- ROUBA, kanaal 4, uitbreidingsverbinding (2x vermeld)
- ROUBA, kanaal 4, trap (2x vermeld)
- ROUBA, kanaal 5
- ROUBA, kanaal 4.
4.De beslissing
Beide partijen moeten elk de helft van het voorschot betalen.
Leidraad deskundige in civiele zakenvolgen die is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.